maandag 13 februari 2017

De spiegel.
(Sublimes paroles et idioties de Nasr Eddinn Hodja,
Phébus libretto, Parijs, 2002, pag. 126)

Toen Nasreddin op een ochtend de deur uit ging, zag hij op de grond de stukken liggen van een kapot gevallen spiegel. Hij pakte een stuk van de grond op en keek erin. Hij zag een gezicht, dat hem niet beviel, vermoeide gelaatstrekken, een beetje rood aangelopen, en een stevige neus, geërfd van zijn vader Abdullah Effendi. In zijn woede gooide hij het stuk spiegel zo ver van zich af als hij maar kon: “Uit mijn ogen”, schreeuwde hij. “Nu begrijp ik waarom ze je kapot hebben gegooid!”


De spiegel van Timoer Lenk.
(Sublimes paroles et idioties de Nasr Eddinn Hodja, Phébus libretto, Parijs, 2002, pag. 71)

Timoer Lenk (een wrede tiran) was niet alleen mank, maar had  een bochel en was van een stuitende lelijkheid. Op een dag ging hij naar de kapper en beraadslaagde de stand van zaken in aanwezigheid van  Nasreddin en nog andere raadgevers. Toen de kapper met hem klaar was, reikte hij hem een spiegel aan, en nauwelijks had hij daarin een blik geworpen of hij barstte uit in huilen met lange snikkende uithalen als van een kind. Meteen volgde Nasreddin zijn voorbeeld en spetterden de tranen in het rond, ondertussen zuchtend en kreunend. Deze treurnis duurde wel een uur. Eindelijk wist Timoer Lenk zich te hernemen en droogde zijn tranen, maar Nasreddin bleef maar snikkend huilen. Daarop vroeg Timoer Lenk hem verbaasd: “Wat is er toch met jou aan de hand? De reden waarom ik huil is overduidelijk. Ik werd weer eens met de neus op de feiten gedrukt: ik ben echt lelijk! Geen ontkomen aan! Maar wat is de reden dat jij er zo erg aan toe bent?” “Respect! M’n beste vorst, u hebt maar even in de spiegel gekeken, en dat was genoeg voor een uurtje huilen. Maar ik, die u de hele dag zie, heb ik geen reden om een stuk langer te huilen?”


De komende vier weken staat er telkens een Nasreddin verhaaltje op het programma. Daarbij komen net als bij Hebreaus (zie blogs afgelopen 4 weken) telkens andere aspecten van Nasreddin aan de orde. Een vast aandachtspunt is de oorsprong van deze verhaaltjes. Hebreaus was een bestaand persoon, waarvan ik heel in het kort heb verteld, waar en wanneer hij leefde, en wat hij deed om in zijn levensonderhoud te voorzien. Bij Nasreddin ligt dat anders. Ook al bestaat er een legende rond Nasreddin. Hij heeft nooit als persoon bestaan. De legende was een manier om politiek gevaarlijke opponenten belachelijk te maken en daarmee onschadelijk.

Waarom heeft hij nooit bestaan? Het antwoord is in eerste instantie eenvoudig. In de tweede grap komt hij voor in gezelschap van Timoer Lenk die leefde van 1336-1405 na Chr. Nasreddin zou volgens de legende geleefd hebben van 1209 na Chr (605 Islamitische kalender) tot 1284 na Chr (683 Islamitische kalender). De beiden kunnen elkaar dus nooit ontmoet hebben. Dit wil natuurlijk niet afdoende bewijzen dat Nasreddin geen bestaand persoon is geweest, maar er zit in ieder geval iets scheef in zijn levensgeschiedenis. Ook zegt het nog niets waarom bijna anderhalve eeuw later Nasreddin opduikt in verhalen rond Timoer Lenk. Vandaag wil ik alleen nog iets meer over de legende vertellen. In de weken hierna zullen ook kort de andere onderwerpen aan de orde komen. 

De schrijver die de legende van Nasreddin op zijn naam mag schrijven is Effendi Hassan, die te Sivri Hisar woonde. Volgens hem werd Nasreddin Hodja te Horto geboren. Zijn vader was de imam Abdullah. Als kind viel hij al op: toen hij 3 blinde bedelaars passeerde, schudde hij met zijn beurs zodat de muntstukjes rinkelden. De blinden dachten dat hij het geld voor hun voeten had geworpen, en buitelden over elkaar heen en begonnen met elkaar te vechten om het geld. Is dat nou wel echt een leuk kind, deze Nasreddin? Ik vertel het omdat het een belangrijke karaktertrek van hem verraadt: hij heeft heel veel met geld te maken. Waarom dat zo is, komt in de volgende blog aan de orde over zijn geschiedenis, die tot heel ver in het verleden teruggaat. Hij blijkt namelijk veel minder Turks te zijn dan menigeen denkt.

Nasreddin zit als kind bij zijn vader in de klas. En als oplettende leerling weet hij te vertellen dat de maan veel belangrijker is dan de zon, omdat de maan bij nacht licht geeft! En wat gebeurt er met de maan als hij weg is? Dan wordt hij in stukjes geknipt om als sterretjes aan de hemel te staan! De sterretjes zijn net als in het eerste verhaal over de spiegel splinters van de maan. Waarom? Ook dat komt in de volgende blog. 

Nasreddin wordt zelf weer imam, net als zijn vader en bouwt zich een reputatie op van alwetende wijsgeer. Hij studeerde in Konya, een belangrijk meditatiecentrum voor soefi’s. Hij is ook veel meer wijsgeer dan je op het eerste gezicht zou denken. Je denkt met een idioot te maken te hebben. Maar we hebben hier met een idioot te maken in de klassieke zin van het woord: een zelfstandig denkend mens, die zich daardoor van de anderen weet te onderscheiden. De Nasreddin verhaaltjes worden door soefi’s gebruikt als meditatieteksten. De beroemdste Turkse soefi, Jallal udDin Rumi, heeft verschillende van deze grappen in zijn werk opgenomen. Ook die komen in een volgend blog aan de orde.

Hij trouwde met Khadija. Maar volgens een aantal andere grappen had hij niet één maar zelfs vier vrouwen. Van de andere drie vrouwen zijn de namen onbekend. Maar het was zo druk in zijn bed dat hij op een nacht uit zijn bed valt en opmerkt dat het zo niet langer kan gaan. Een van de echtgenotes of hij zelf zal opstappen. Met zijn echtgenotes had hij hetzelfde probleem als met Timoer Lenk wat betreft hun uiterlijk: “Overdag kun je hen niet zien omdat ze zo lelijk zijn, en ’s nachts kun je haar niet in huis houden omdat ze zo onrustig zijn….” Achter deze opmerking zit veel meer dan je zou denken. Volgend blog! Natuurlijk krijgt hij kinderen, en heeft hij moeite met de opvoeding. Nasreddin neemt zijn zoon op schoot. En het plast op hem. Hij zet het kind op de grond en híj plast op zijn beurt op het kind! Khadija ziet dat en roept: "Wat doe je, ben je nou helemaal gek geworden?" Waarop hij antwoordt: "Als iemand anders dan mijn zoon dat zou hebben gedaan, zou ik op hem gepoept hebben!”  Tja, is dat grappig? Wij vinden van niet, maar dat komt voornamelijk omdat deze grappen veel ouder zijn dan 1200 na Chr. Deze vieze grappen kenmerken de Romeinse en Griekse humor en ze zijn niet Turks. Zijn dochter geeft hij een stevige klap en hij draagt haar daarna op om een kruik met water te gaan vullen. Anderen die daarbij aanwezig zijn, zeggen: "Waarom sla je je dochter. Ze heeft toch niets misdaan?" Waarop hij antwoordt: "Is het niet beter te straffen om te voorkomen dat iemand iets fout doet? Ik weet zeker dat ze zo dadelijk de kruik laat vallen en dan is hij stuk, als ik haar niet tevoren klappen geef. Nu bestaat er nog een kans dat ze met de kruik heel thuis terug komt."

Volgens de legende stierf Nasreddin in 1284 na Chr. in Akshehir in Turkije. Nog steeds staat daar een grafmonument  ter zijner nagedachtenis. Overigens wil ik over de informatie die her en der op het internet over Nasreddin te vinden is, opmerken, dat veel ervan niet klopt. Dat is op zich niet erg, maar als iemand denkt “maar dat heb ik ergens anders toch heel anders gelezen”, dan wil ik hem vragen de tegenstrijdige antwoorden te controleren. En dan zul je zien dat je bij mij de juiste antwoorden vindt!



maandag 6 februari 2017


De laatste aflevering Hebreaus grappen. 

Een willekeurige greep met als thema: diefstal. In de  Oudheid was men heel erg op z’n hoede, op het paranoïde af. Geen bezit was dan ook een goed alternatief voor zich kortstondig wentelen in overvloed. Tussen deze extremen bevond zich de gewone man die bezorgd was rond te komen. En deze grappen zijn eigenlijk voor hem bedoeld om hem gerust te stellen dat hij het nog niet zo slecht getroffen heeft. 



Itemnummer DLXXXIII



Een of andere zot keek in een regenton, liep naar zijn moeder toe en zei: “Er zit een dief in de regenton!” En zijn moeder ging met hem mee naar de regenton, en keek erin en zag haar eigen gezicht weerspiegeld in het water naast dat van haar zoon. En ze zei tegen haar zoon, “Inderdaad er zit een dief in de regenton, en naast die vervloekte kerel staat ook nog een hoer. Blijf jij nu maar hier staan, zodat ze er niet uit kunnen komen om te ontsnappen, voordat ik de buren heb kunnen halen.”


Itemnummer CCCIII

Een dief ging ’s nachts naar de verblijfplaats van een of ander heremiet, en vond niets om te stelen. Daarop zei hij tot de heremiet: “Oh jij heremiet, waar heb je je spulletjes verstopt?” En de heremiet gaf als antwoord: "Ik heb ze in het huis hierboven verborgen” en doelde daarmee op de hemel.


Itemnummer CCCLVI: Over een boze man.
(Aderlaten was een manier om agressie te beteugelen)

Toen een zekere grappige dokter voorbij de deur van een Turks bad liep, zag hij een naakte man naar buiten komen, en hij zei tegen hem: “Waarom loop je naakt naar buiten, ga naar binnen anders dan loop je zo dadelijk nog een koudje op”. Daarop zei de man: “Ze hebben mijn kleren gestolen, en ik zit ze achter de vodden aan”, waarop de dokter zei: “Laat me jou eerst aderlaten, zodat je met meer overleg te werk gaat.” 


Itemnummer DLXXVI
De zoon van een of andere dwaze vrouw stierf – z’n naam was Lazarus! – en de priester ging hem begraven.  En toen hij het  volgende stuk uit de bijbel reciteerde dat begint aldus (Johannes, XI, 14): Lazarus is gestorven, en het verblijdt mij...” zei de oude vrouw hem daarop: “En waarom zou je je niet verblijden? Immers je hebt zijn kleren, en zijn bed, en alles dat hij bezat naar huis meegenomen.”


Itemnummer: DLXIV
Een of andere dwaas zei: “Mijn vader ging twee keer naar Jeruzalem, en daar is hij overleden en begraven, maar ik weet niet meer welke keer dat is geweest, bij zijn eerste of zijn laatste bezoek”. 


maandag 30 januari 2017

Dit is de derde keer dat we stil staan bij de grappenverzameling van Hebreaus (zie inleiding op 16 januari 2017). Volgende week zal de laatste keer voorlopig zijn: ook andere verzamelingen moeten aan de beurt komen! Merkwaardig is dat deze hoog geplaatste prelaat van de Oud Syrische Orthodoxe kerk op het eind van zijn leven allerlei enigszins schuine grappen in zijn verzameling opnam, die later in het Latijn aan ons zijn overgeleverd. Door ze in het Latijn op te nemen wilde men voorkomen dat jan-en-alleman ze zomaar kon lezen.  


Net zoals al deze grappen uit het Klassieke verleden, worden ze vaak gekenmerkt door grote vrouwonvriendelijkheid. Als een klein millennium later de Amerikaanse schrijver, Gershon Legman, die naar het zuiden van Frankrijk moest uitwijken omdat zijn grappen in de VS staatsgevaarlijk werden beschouwd,  met “De rationalisatie van vieze grappen” duidelijk wilde maken dat in grappen verborgen gewelddadige aandriften van mannen ten aanzien van vrouwen zaten verborgen, dan gold dat zeker voor de klassieke oudheid. Het wijst er echter ook op dat vrouwen meer in de melk te brokkelen hadden dan vaak door allerlei studies wordt gesuggereerd. Als ze niks te vertellen hadden, zou deze humor als uitlaatklep niet nodig zijn geweest. En dit wijst weer op een overeenkomst tussen het Romeinse Rijk en de Verenigde Staten van Amerika, waarop tegenwoordig weer wat vaker wordt gewezen, met het opgeheven vingertje! 


Klik op oorspronkelijke teksten om ze te kunnen lezen.


Exhibitionisme: Item XXVII, p.  11: FILOSOFEN.

(Filosofen waren in de oudheid vooral op marktplaatsen te vinden, en sommigen stonden bekend om hun vrije seksuele moraal.)


Iemand stond zich zelf te bevredigen in het openbaar op de markt. Toen iemand hem vroeg, “Wat doe je? Schaam jij je dan helemaal niet? “, antwoordde hij: “Waarom zou ik mij moeten schamen: ik steek immers slechts mijn mannelijkheid in de hoogte, als mijn jeugdige groeikracht zich aandient.”


Item CCCCVII, p.  102 : DROOMUITLEGGERS

Zei iemand tegen een droomuitlegger: "In mijn droom heb ik 2 broden in mijn handen, waarvan ik gretig eet.” Daarop antwoordde hij: “Jij bent vast en zeker gewend met twee vrouwen die uit een moeder geboren zijn gemeenschap te hebben.”


Soms is het verschil met een freudiaanse uitleg niet zo ver te zoeken!


maandag 23 januari 2017

Vandaag een serie Hebreaus “grappen”. Wie Hebreaus was, staat te lezen op de blog van vorige week, 16 januari 2017. De wijsheden van deze week zijn wel grappig, maar ook weer niet helemaal. Om een hoekje zit er een wijsheid om bij stil te staan. Ik heb in één geval een moderne variant toegevoegd om te laten zien dat eigenlijk niets van deze wijsheden is verouderd.
De reden om ze hier in een trits achter elkaar te zetten, is u een indruk te geven hoe zo’n serie grappen op u overkomt als je ze in een verzameling de een na de ander leest.


Item CLI:

Een wijsgeer zei eens: “Maak geen vrienden die de verwanten van zich vervreemden, want zij kennen hem beter dan jij hem.”

Item CLII:

Nog weer een andere wijsgeer werd eens gevraagd: “Wat is de grootste prestatie ter wereld?” En hij antwoordde: “Dat van een zwak mens dat in staat is steeds weer opnieuw op iets te hopen.”

Item CLIII:

Weer een andere wijsgeer zei: “Vrijheid van meningsuiting (de vrijheid vrijuit te spreken) komt ons eergevoel te na, en ontbeert echte liefde.”

Item CLIV:

Een of andere wijsgeer zei eens: “Uit dankbaarheid geven we een overdaad aan cadeautjes, maar als de dankbaarheid ophoudt, houdt ook deze stroom cadeautjes als vanzelf op.”

Item CLV,  Marlon Brando: “I make him an offer, he can’t refuse”

Weer een andere wijsgeer schreef het volgende aan een zeker man: “Ik heb die en die naar je toe gestuurd met de bedoeling dat u aan mijn wensen tegemoet komt via hem, niet omdat ik het te min acht persoonlijk langs te komen, maar omdat hij u beter mijn dank kan betuigen en ervan getuige kan zijn van uw voortreffelijke gedrag jegens mij.”

Item CLVI:

Weer een andere wijsgeer zei: “Kijk niet neer op de gemenerik die u van nut was om groot te worden.”

Item CLVII:

Een of andere wijsgeer zei: “Dwazen letten op de dwalingen en misstappen van iemand, maar zij zien niet hun voortreffelijke kwaliteiten, net zoals vliegen hardnekkig op die lichaamsdelen blijven zitten die zijn gaan zweren, maar nooit op lichaamsdelen zitten die gezond zijn.”


maandag 16 januari 2017

Deze week twee grappen en een Arabisch spreekwoord. Ze komen uit de verzameling van Bar Hebreaus:


The laughable stories, 


collected by Mar Gregory John bar Hebreaus, London, Luzac & Co, 1897; heruitgave W. Drugulin, Oriental printer, Leipzig (Germany); ook te vinden in de literatuurlijst van Humor en zijn Schaduw.


Grap CCCLXXX:


Een mestkever zei tegen zijn moeder: “Waar ik ook ga altijd spugen de mensen op mij!” Zijn moeder antwoordde hem: “Dat is omdat ze jaloers zijn op je schoonheid en je lekker vinden ruiken.”

Arabisch spreekwoord (Arabische versie onder de link):

De mestkever is een schoonheid in de ogen van zijn moeder!

Grap CCCLXXXI:

Toen eens een vos door een hond het vuur na aan de schenen werd gelegd, zei ie tegen de hond: “Je gedraagt je niet zó omdat je zo sterk bent, maar uit zwakte. Als je vindt dat dat niet zó is, probeer dan maar eens hetzelfde met een wolf!”

Wie was Gregory bar Hebreaus.

John Abu ‘l –Faraj of Abu’l-Faraj Gregory (1226-1286 na Chr.) is de schrijver van “Een boek met verhalen om te lachen”. Hij heeft dus als voornaam al twee verschillende namen John en Gregory. De naam John komt nergens terug, dus ga ik ervan uit dat hij gewoonlijk Gregory  (Sjors) werd genoemd. De naam is verder Arabisch: Abu ‘l-Faraj zou je kunnen vertalen met Vadertje Plezier! Een uiterst merkwaardige naam voor iemand die bijna veertig jaar van zijn leven een geestelijk ambt heeft uitgeoefend, vanaf 1253 als bisschop van de Jacobijnse  gemeente van Aleppo en later als aartsbisschop  van een plaats dichtbij Mopsuestia. De voorspellersfamilie Mopsus heeft aan deze stad zijn naam gegeven. En voorspellingen spelen Gregory Bar Hebreaus dan ook vaak parten. De naam Bar Hebreaus (zoon van de Hebreeër) heeft hij te danken aan zijn vader, die een Joodse dokter was. Hoe hij dan toch hoofd van de Oud Syrische Orthodoxe kerk is geworden, is mij niet bekend.

In het jaar 1286, toen hij zestig jaar werd, deed hij de volgende berekende voorspelling over zijn dood: "Ik was geboren in het jaar dat Chronos en Zeus (Saturnus en Jupiter) in  conjunctie tot elkaar stonden in het dierenriemteken Waterman; 20 jaar later toen dezelfde planeten weer in conjunctie tot elkaar stonden in het dierenriemteken Weegschaal werd ik tot bisschop benoemd; weer 20 jaar later toen dezelfde conjunctie zich voordeed nu in het dierenriemteken Tweelingen werd ik waardig bevonden Aartsbisschop (maphrian) te worden van een plaats dichtbij Mopsuestia; en nog weer eens 20 jaar later, als  weer dezelfde twee planeten opnieuw in conjunctie tot elkaar zullen staan, zal ik uit deze wereld vertrekken.”

Toen het eenmaal zover was, dacht zijn broer dat Sjors het slachtoffer zou worden van plunderende struikrovers, die mensen ontvoerden om er losgeld voor te vragen. Hij vroeg hem naar een veiliger plek te verhuizen, wat hij uiteindelijk na veel aandringen ook deed. Daar zette hij zich zo ijverig aan het vertalen van een omvangrijk werk dat hij ziek werd. Tot aan het laatste ogenblik van zijn dood, was het een vrolijk en opgewekt man, die niet bang was voor de dood. Hij vertrok uit deze wereld in de nacht van de 33-ste van de maand Tammuz (Juli, Arabische kalender) van het jaar 1597, d.i. 1286 van de christelijke jaartelling. Hij is waarschijnlijk de grootste schrijver van de oud Syrische kerkgemeenschap. Hij schreef “Een boek met verhalen om te lachen” toen hij al op leeftijd was. De grappen die hierboven staan komen uit een manuscript uit de 13-de eeuw. In totaal waren er 727 grappen in het oorspronkelijke manuscript opgenomen; daarvan is ongeveer een derde verloren gegaan. Gregory bar Hebreaus heeft de grappen uit andere grappenverzamelingen, zoals die van Palladius overgenomen. Als ze te lang waren kortte hij ze aanzienlijk in, maar wist toch altijd de pointe ervan te behouden.  Hij had daarbij als uitgangspunt:  “in het tabernakel van de wijsheid is alles noodzakelijk, niets wat dan ook, dat het verstand, het inzicht en het begrip scherpt op een natuurlijke wijze, en bijdraagt tot ontspanning en plezier voor de  geest die neerslachtig is en lijdt, mag ooit worden verworpen.”

maandag 9 januari 2017

Einde kerstperiode: Driekoningen (6 januari).

Dit is de laatste humoristische bijdrage n.a.v. de kerstperiode die begon op 6 december. Op 6 december staat er een grap over een weddenschap tussen een moslim, een christen en een jood op dit blog vermeld. Het gaat erom wie een maaltijd tot zich mag nemen, omdat zijn droom beter is dan de droom van de anderen. En ook dit wat langer uitgevallen verhaal over Sinterklaas heeft te maken met eten. De grap van de drie godsdienstvertegenwoordigers wordt nog steeds verteld in de streek, waar Sinterklaas oorspronkelijk bisschop is geweest als een Nasreddin-grap. Dat is dat deel van Turkije in de buurt van Antalya, dat momenteel door toeristen wordt overstroomd. Oorspronkelijk lag de stad op het eindpunt van de zijderoute en werd de omgeving regelmatig bezocht door hongersnood. In de tijd ongeveer 700 vóór Christus verhuisden uit die streek de Lydiërs naar Rome en namen allerlei spelletjes mee die ze hadden gespeeld om de honger te verdrijven. Deze geschiedenis vinden we ook terug in het Spel van Sinterklaas uit Arras (noord Frankrijk!) in 1200 na Christus. Reminiscenties die ons doen denken aan die overtocht van de Lydiërs vinden we vooral in Zuid-Europa. In Zuid Italië wordt op 6 januari het feest van Befana gevierd, dat erg veel lijkt op ons sinterklaasfeest. In Spanje keert op 6 januari de loterij die El Niño (het kindje)  wordt genoemd, zijn prijzen uit. Ook krijgen de kinderen op die dag allemaal cadeautjes zoals bij ons op het sinterklaasfeest.

In het stuk uit 1200 na Chr. "Spel van Sinterklaas" treffen we drie dieven aan die mij doen denken aan de drie koningen van 6 januari. Deze 3 koningen (in Engeland, maar ook elders, magiërs, tovenaars genoemd) hebben waardevolle schatten bij zich. In het toneelstuk stelen de dieven de schatten, maar voelen zich uiteindelijk gedwongen om ze naar sint Nicolaas terug te brengen. De schatten lijken op de cadeautjes die de kinderen krijgen met Sinterklaas. De drie dieven slaan hun slag in de tijd van de Saracenen. Dit zijn moslims uit het Oosten. Hun aanvoerder heet Barbarus, barbaar. Hij is de man die zijn schatten ter beschikking stelt aan Sint Nicolaas, die erover zal waken zonder dat het op welke wijze ook wordt beschermd anders dan door de bescherming van de goed heilig man. Als uiteindelijk inderdaad de schatten weer bij hem worden teruggebracht, bekeert Barbarus zich tot het christendom. In dit citaat heet Barbarus gewoon De Koning.


Er is een prachtig boek met allerlei legendes over Sinterklaas uit 2008, “Sinterklaas Lexicon (Marie-José Wouters) maar deze variatie staat er niet in. Wel staat er een Sinterklaas op een kameel (of dromedaris) in en het prachtige verhaal uit de Orthodoxe Russische kerk, met de reden waarom daar vaak alleen maar Iconen van sint Nicolaas zijn te vinden. Dat dit verhaal "Spel van Sinterklaas" er niet in staat, is een gemis, omdat eruit valt op te maken dat humor een belangrijke rol heeft gespeeld bij de acceptatie van geloof. Ook valt eruit op te maken dat de Zwarte Piet inderdaad ons doet denken aan ons twijfelachtige verleden in de slavenhandel, omdat wij Nederlanders ze rond 1850 allemaal zwart hebben gemaakt, en in andere landen is dat niet het geval. De boeven waren uit verschillende streken afkomstig, ook Afrika, en kunnen dus als “pieten” alle kleuren van de regenboog krijgen. Het was oorspronkelijk in essentie zelfs een vlucht- en migratieverhaal.

De datum 6 december is verschoven naar 6 januari, doordat de kalender verschillende keren moest worden aangepast om weer in de pas met de jaarseizoenen (vooral de lente) te lopen. Vanaf ongeveer 753 vóór Christus bestaat er een kalender, maar die onderging verschillende veranderingen door keizer Julius Caesar en paus Gregorius. Bovendien bestaat er verschil tussen een landbouwkalender en de officiële jaartelling. Ten slotte bestaat er nog een Macedonische kalender (Alexander de Grote) die tot ver in de middeleeuwen bestond, maar waarvan wij zo goed als niets hebben overgenomen. Gelukkig, want de namen en de telling  zijn uiterst verwarrend.  Ook Napoleon heeft zich er nog eens tegenaan bemoeid. Ook die maandnamen zijn erg verwarrend. Dat zijn de bekendste maar zeker niet de enigen die zich hier tegenaan hebben bemoeid. Al deze kalenders hebben gemaakt dat in sommige streken 6 december samenviel met 6 januari. En omdat het sint Nicolaas feest heel erg oude wortels heeft die op te maken zijn uit de verschuiving van 6 december naar 6 januari, werd er alles aangedaan om het feest in stand te houden om z’n heidense oorsprong te verbergen. 

Ik begin de samenvatting van het toneelstuk met een vertaling uit het Latijn. De scène vertelt hoe de beveiliging van een schat aan juwelen en andere  kostbaarheden (wierook en mirre waren zeldzaam en dus kostbaar) aan sint Nicolaas wordt overgelaten (de Latijnse én oorspronkelijke middeleeuws Franse tekst is onder de link te vinden). Daarna stelen dieven de schat, en betreurt Barbarus (De Koning) het verlies van zijn schat. In de tekst uit 1200 speelt een heilige (die erg veel lijkt op Hercules) de rol waarin de Saraceense vorst ertoe wordt overgehaald om zijn schat achter te laten onder het wakend oog van het beeld van sint Nicolaas. Als de schat is gestolen wordt de heilige in het gevang gegooid. 


Jean Bodel: Le jeu de Nicolas, GF Flammarion, Paris 2005, 239-241, Latijn):
                          (Dialoog met het beeld van sint Nicolaas)
Ik heb mijn rijkdom vergaard,
en ik heb het aan jou toevertrouwd;
maar ik heb me hierin vergist
Oh! Nicolaas!
Als jij mij mijn goed niet teruggeeft, zal ik met je komen afrekenen.

Hier heb ik mijn spullen neergezet
die ik je heb toevertrouwd;
maar ik ben ze kwijt.
Oh! Nicolaas!
Als jij mij mijn goed niet teruggeeft, zal ik met je komen afrekenen.

(Pakt de zweep op en zegt:)

Ik stak in jouw verering
veel geld
en je gaat er niet ongestraft mee vandoor.
Daarom, geef me mijn spullen terug die ik hier heb neergezet.

Ik zweer bij uw God
dat als je me niet het mijne teruggeeft,
dan krijgt de aangeklaagde de zweep.
Daarom, geef me mijn spullen terug die ik hier heb neer gezet.

De drie dieven die de goederen nog niet hebben gestolen,  spelen in een kroeg een spel met dobbelstenen. Om voor de kosten van hun overmatige consumptie wijn te kunnen betalen, trekken ze er later op uit om te stelen. Maar eerst een aankondiging van de reden waarom het mis zal gaan (pag. 118, onder de link de oorspronkelijke Franse tekst):

Ringtone (genoemd naar het rinkelen van een ketting)
Wie heeft er dobbelstenen?

Tengel (genoemd naar de tang om sloten te verbreken)          
Ik heb een set kwaliteitsdobbelstenen
van dezelfde grootte, recht en normaal.

Scheermes (genoemd naar het keelafsnijden van zijn slachtoffers)
Nooit! Wij accepteren de dobbelstenen alleen maar van één iemand.
Stel me niet teleur, Ringtone.

Ringtone
Helemaal niet! Daar komt ’t Keffertje
Jij weet wat je te doen staat
Kijk die dobbelstenen, die ga jij ons lenen,
En je weet in het spel wat je plaats is.
Het zou anders weleens zó kunnen zijn
dat je liever ergens anders je hoofd te rusten legt.

Keffertje
Beste Ringtone, ik red me wel en hou er mijn hoofd goed bij.

Tengel
Ringtone  en jij, Scheermes
willen jullie gaan zitten om een glaasje te drinken?
Of gaan we erom spelen wie ervoor gaat betalen?

Scheermes
Iedereen moet een kans maken, geluk is er voor iedereen
Wie een gelukkige hand heeft, die betaalt voor alles!

Het is duidelijk dat de gokker Tengel zijn hand overspeelt. Hij had hieraan beter niet kunnen meedoen. Maar er is een oplossing: ze gaan er gezamenlijk op uit om te stelen. Maar de een rekent zich nog rijker dan de ander. En nadat ze zich in onenigheid zozeer hebben uitgeput dat ze geen boe of bah meer kunnen zeggen, brengen ze de ongeluk brengende schat terug naar waar ze hem hebben gestolen. Dat gaat zo in z'n werk:

De Senegalees
Aiai! Apolin en Mohamed
Ik stond net op het punt te gaan dromen
van de grote schat van mijn koning
die we niet konden behouden,
maar die van de aarde verdween
recht naar beneden de afgrond in
want ze hebben de schat gestolen.

De Senegalees tot de Koning
Ai! Wat een groot ongeluk is u overkomen
als ik je dit niet bericht dan ben ik niet te vertrouwen.
Sta op, onfortuinlijke vorst
want de schat is weg.

De Koning
Wat is er aan de hand? Bij Mohamed, wie heeft mij wakker gemaakt?
Senegal, wat heb je gezegd?

De Senegalees
Arme en zielige koning, die je bent
Maar je moet niemand beschuldigen
omdat de grootste schat die er ooit was, er niet meer is.
Je hebt hem zelf toevertrouwd aan een man van hout,
kijk daar ligt ie nu op de grond te slapen.

De Koning
Senegal, wat je me daar zegt, is dat de waarheid?
Heb ik alles verloren wat ik bezat?
Dat is de schuld van deze geweldenaar
die me kort geleden met mooie praatjes om de tuin heeft geleid
breng hem voor mij
want zijn laatste dagen zijn geteld.
……………………………………………………………………………………………..
Sint Nicolaas
Knecht, ik ben de heilige sint Nicolaas
die de mensen die de weg kwijt zijn weer terugbrengt op het goede pad.
Ga terug de hele weg die U hebt afgelegd om te stelen
en breng de schatten van de koning terug naar de koning.
U hebt een grote misstap begaan
alleen al door eraan te denken hem te bestelen.
De schat was goed bewaakt
toen het beeld er boven op stond.
Word wakker en ga vlug alles terugbrengen
en de schatten teruggeven,
als uw leven u lief is,
en zet er het standbeeld weer bovenop
en ga dan zonder dralen weer weg, hiervandaan.

maandag 2 januari 2017

Uit: Mille et un conte, Basset, 3 delen, Parijs 1924, 1926 en 1927; Contes sur les femmes et l′amour, nr. 73, pag 162: Si Djoh′a, sa femme, les aubergines et l′amant.

Variaties op dit verhaal zijn te vinden in: (1) Naoudir el Khodja Naşr eddin, p.16; (2) Qissah Djoh′a, pag 15; (3) Wesselski, nr. 364, (4) Deel II, W. te Molder, pag 14, nr. 188; (5) Nieuwe variatie toegevoegd, 2 januari 2017 (eigen bewerking).


Mijnheer Jeha en zijn vrouw, de aubergines en de minnaar.
(Een Oud- Nieuwjaar grap)



De vrouw van Jeha vertelt: op een dag komt mijn man bij mij thuis en mijn minnaar is er ook. Ik verberg hem in de kelder. Als mijn man terugkomt, heeft hij 31 aubergines bij zich, die hij in de kelder opbergt, voor iedere dag van de maand december één. Maar mijn minnaar eet er ééntje op. Mijn man gaat als hij de aubergines in de kelder heeft gelegd, ze tellen: 1,2, 3, 4, 5, etc.….. Mijn minnaar reikt hem de aubergines vanuit de kelder aan, en mijn man denkt dat het zijn eigen hand is die uit de kelder komt. Dan merkt hij dat er een aubergine mist. Hij gaat de kelder in, en ziet mijn minnaar. “Wie ben jij?” vraagt hij hem. “Ik ben een aubergine Ik ben om op te eten op de laatste dag van de maand.!” Daarop zegt mijn man tegen mij:” Kijk toch eens wat een schurk die aubergine koopman is. Hij heeft mij deze man voor een aubergine verkocht! Ik wil mijn geld terug!” Daarop brengt mijn man mijn minnaar naar de aubergine koopman, en zegt tegen hem: ”Vrees jij God dan helemaal niet! Hoe kun je me dit hier samen met de aubergines verkopen?” De koopman is een grappenmaker. Hij pakt mijn minnaar bij de oren en zegt tegen hem: “Hoe vaak heb ik je niet gezegd: blijf in het schap van de knollen, dat is het schap van 2017,  en blijf uit de buurt van het schap met de aubergines! Dat is in 2016 aan de beurt!” Daarop geeft hij mijn man een aubergine….