Bij vergelijking van mijn vertaling uit het Engels (2026) met de vertaling in het Nederlands van Jan De Meyer uit het Chinees (2013) van twee dezelfde verhaaltjes kwam ik tot
de conclusie dat ik een verklaring diende op te stellen over hoe ik tot mijn
vertaling was gekomen. De verschillen waren zo groot, dat ik er niet omheen kon
me af te vragen, hoe die verschillen tot stand waren gekomen. Het gaat om de
twee verhaaltjes die respectievelijk op mijn blog van januari en maart 2026
zijn te vinden. In januari had het verhaaltje de titel: (Xi Kang) in gesprekmet Sun Deng en in maart heette het: Beantwoording van Yuzhongzi’s vraag.
Op deze blogs is voor wie het wil nalezen mijn vertaling uit het Engels van
deze Chinese verhaaltjes terug te vinden, waarnaar hieronder regelmatig wordt
verwezen.
Twee mogelijke interpretaties
Maar dat verschil begint al bij de titel van het boek in het
Nederlands: Nietsdoener. Tegen deze vertaling heb ik al in mijn eerdere blog
bezwaar gemaakt . Ik geef er de voorkeur aan om de titel te vertalen met “Meester Onbekwaam”,
omdat dit het belang aangeeft van de sociale omgeving van de mysticus.
Maar het gaat hier niet om zomaar een godsdienstige of een
meer realistische interpretatie. Het gaat ook niet om een woordje dat anders is
vertaald, waarbij het ene waarschijnlijk een foute vertaling is en de andere de
juiste. Het gaat om twee interpretaties die beiden passen in het Chinese
gedachtegoed van die tijd (618-907 nChr). Omdat het om een globale plaatsing
gaat, is het mogelijk om de Engelse vertaling als uitgangspunt te nemen voor de
plaatsing van de tekst. Jans Nederlandse tekst is daarvoor te uitgesproken en
ook mijn tekst is niet hiervoor bruikbaar, omdat deze te weinig dicht op de
Chinese bron staat. De Engelse vertaling is 10 jaar ouder (2023) dan de
Nederlandse uit 2013. Blijkbaar is de tekst aanzienlijk verbeterd!
Het godsdienstige kader van deze verhaaltjes wordt in het Chinees
aangeduid met “wu-xin”, wat betekent dat het om een geestelijke toestand van
een mysticus gaat waarin men streeft naar leegte (in je hoofd). Wat Jan De
Meyer niet vermeldt – waarschijnlijk omdat hij dit niet kan weten—is dat deze niet-aanwezig-zijn
geestesgesteldheid ook voorkomt bij noord Afrikaanse maraboets. In het Frans
wordt over hen gezegd dat ze “distrait” zijn, afwezig, niet alert, in zichzelf
gekeerd, verstrooid. Ik denk dat dit bij benadering hetzelfde is als wat in het
Chinees “wu-xin” wordt genoemd. Ik vraag me af of dit gedrag uit een tekst valt
op te maken. De Marokkaanse teksten, waar veel onderzoek naar is gedaan, kennen
veel herhalingen in de vorm van een litanie. Ze zijn niet te vergelijken met
deze taoïstische teksten. Maar uit Marokkaanse maraboet teksten kan ik deze
geestestoestand niet afleiden.
Jan De Meyer plaatst zijn Nederlandse vertaling helemaal in een
zen-boeddhistisch (taoïstisch) kader. Dat zal ik later verder toelichten. Het
is opvallend dat het andere kader veel meer op het Internet in de
belangstelling staat dan het godsdienstige kader “wu-xin”. Dat andere kader
wordt ook wel de theorie van de Vijf elementen genoemd, en de naam is bijna identiek
aan de godsdienstige noemer. Met een letter verschil heet het “wu-xing”. Mijn vertaalkader valt in deze kosmologische levensbeschouwing. “Wu-xing” is
een theorie die de dynamische relaties en processen van de (bezielde) natuur
beschrijft. Het is veel gebruikt in de traditionele Chinese geneeskunde.
Void, Nullity en Realization.
Ik heb in mijn vorige blog de vertaling van deze woorden al besproken: realization, en Void and Nullity . Dit zijn moeilijk te vertalen woorden in alle talen. Jan maakt van het
Engelse ‘utmost Realization’: “uiterst waarachtig”. Hierbij wordt duidelijk dat
hij een godsdienstige interpretatie heeft van deze tekst, want er is maar een
fenomeen uiterst waarachtig en dat is god in welke godsdienst dan ook. Dit komt
nog eens terug bij de vertaling van ‘Void and Nullity’: waarbij hij ‘Nullity’
maar niet vertaalt en ‘Void’ vertaalt met “eeuwigheid”.
Nu wil ik zeker niet beweren dat er geen godsdienstige
inslag in dit verhaal zit, maar dat deze bestaat naast een andere
interpretatie. En zoals gezegd heeft die andere invalshoek te maken met
“wu-xing”, de Vijf elementen theorie,
die je ook kunt aanduiden als de theorie van de humoren (sappen), die in
gezonde toestand in evenwicht zijn.
Dit keer vertalen we een woord, waarvan Jan zegt dat hij
niet begrijpt wat het betekent, maar het komt ook in andere teksten van Laozi voor met dezelfde betekenis. Dat woord is: ‘wortel’. Naar mijn mening slaat
‘wortel’ op een geliefde bezigheid van de Taoïsten, de wiskunde. Een van de bewerkingen die zij al kenden was het
worteltrekken:
, (tiqu-gên). En de wortel van hemel en aarde is in de
Humorale Theorie een berekening hoe sferen (bollen) gekaderd in vierkanten ten
opzichte van elkaar bewegen. In deze tekst wordt dus aangestipt, wat ik in mijn
reconstructie van de Humorale Theorie had beweerd, dat er een wiskunde bestond
om de bewegingen van alle elementen ten opzichte van elkaar te berekenen. Wie mijn berekeningen heeft doorgenomen, zal duidelijk zijn dat je bij
worteltrekken uitkomt, wil je tot een analyse van een toestandsbeeld komen. Het
gaat niet om het verklaren van de oorsprong, de wortel, maar om een berekening
door worteltrekken van de beweging van het een naar het ander. De cijfers
daarvoor stonden ook al in mijn reconstructie. Bij door-scrollen in de tekst
van de Humorale Theorie naar beneden komen we Akira Sadakata tegen die een berekening maakte van de
afmetingen in de boeddhistische kosmologie .
Maar nog iets valt op zijn plaats: de aarde, het
vijfde element in de Chinese theorie, is geen element, maar de wereldbol in het
midden tussen vier windstreken, in het centrum van het heelal. En dit alles
hangt samen met meditatie, zoals ik alweer in mijn reconstructie van de
Humorale Theorie had beweerd. Zoals gezegd, deze teksten leiden ertoe dat ik
mijn reconstructie moet bij stellen. Maar dit is wel het bewijs dat godsdienst,
wiskunde en meditatie oorspronkelijk met elkaar samenhingen.
Dat bewijs levert alleen een juiste tweede interpretatie van
de tekst. In de inleiding van Jan De Meyer van Wunengzi (Nietskunner/Meester
Onbekwaam) wordt geen gewag gemaakt van Wuxing, als een mogelijk theoretische invalshoek
op deze Chinese teksten. Jan wil zich daar blijkbaar verre van houden. Het is
inderdaad complexe materie, maar dit had naar mijn mening wel genoemd moeten
worden. Nu hebben deze teksten het effect dat ze onbegrijpelijk zijn, zoals
blijkt uit de volgende vertaling, helemaal aan het begin van Over Sun Deng
(pag. 121).
“Ik heb geleerd dat eendagsvliegen niet in staat zijn
zich een begrip te vormen van de leeftijd van de schildpad en dat zwaluwen en
mussen niet in staat zijn de grauwe gans te evenaren.”
Hier lijkt onzin te staan! Sinds wanneer leert iemand
dat een eendagsvlieg geen begrip van de leeftijd van een schildpad heeft?
Je kan zeggen dat bedoeld is, dat we leren dat de natuur onbezield is? En wat
betekent: zwaluwen en mussen die de grauwe gans evenaren? In hard vliegen of
grootte, misschien? Hoe zit het met het verschil tussen een zwaluw en een mus? En
dan nog: waarom staan deze beweringen in één zin? Ik zou hier niet zo over
vallen, als ik niet van mening ben dat je klassieke teksten alleen kunt
begrijpen in hun historische context. En ik denk dat gezien de Engelse
vertaling met veel noten dat, dat is wat Jan De Meyer nastreeft.
“I have been told that the mayfly cannot comprehend the
turtle’s age, and that swallows and sparrows cannnot equal the swangoose.”
Opvallend is hoe letterlijk de vertaling in het Nederlands
is. Ik veronderstel dat dit komt, omdat het Engels een vrij letterlijke
vertaling uit het Chinees is. Als dat het geval, dan denk ik dat van belang is
de tekst zó te vertalen dat hij begrijpelijk wordt.
Ze hebben me verteld dat een eendagsvlieg niet de hoge
leeftijd van een schildpad kan bereiken, en dat zwaluwen en mussen niet lijken
op (gelijkwaardig zijn aan) zwaanganzen.
Nu staat er iets heel anders. En meteen is duidelijk, waarom
de beide beweringen in een zin voorkomen: beide beweringen zijn een (bijna
wiskundige!) vergelijking. De ene vergelijking is in de tijd, en de andere is
in de omvang én plaats, met als resultaat: overal zijn er verschillen door
veranderingen in (leef-) tijd en (leef-) plaats. (Ganzen trekken net als
zwaluwen, en de huismus niet. Zwaluwen en mussen zijn kleiner dan ganzen.) Een
vergelijking met drie onbekenden! Xi Kang geeft hier zijn visie van de
boeddhistische kosmologie! Het uitgangspunt van discussie! En er is niet zozeer
een verschil in mening hierover, maar wel over de omgang van Xi Kang met mensen
die hem dierbaar zouden moeten zijn!
Mijn uitganspunten bij een vertaling verschillen duidelijk
van die van Jan. Jan is een stadium verder door steeds het letterlijke erin
door te willen laten klinken. Ik ben in het stadium dat ik een tekst wil
begrijpen, niet op de manier van een eendagsvlieg, maar die van een mens met
behoefte aan contact. Voor beide uitgangspunten valt wat te zeggen: ik ben blij
met Jans vertaling in het Engels, omdat ik alleen op die manier de tekst in een
historische context kan plaatsen. Dat is helaas met de Nederlandse vertaling,
ondanks de vele noten, niet het geval.
Nog een voorbeeld uit de tekst, “Antwoord op de vraag
van Yuzhongzi” (pag. 130)
Het gaat hierbij om een gesprek tussen meester Onbekwaam en
meester Onwetendheid. En daarin gaat het over de pijn die meester Onwetendheid
heeft in zijn hart-geest. Waarschijnlijk dacht Jan: ik vertaal het met alleen “geest”,
omdat de Chinezen in die tijd de geest in het hart lokaliseerden, terwijl in de
oorspronkelijke tekst toch staat hart-geest. Meester Onwetendheid, goed op de
hoogte van de Vijf Elementen theorie, zegt niet te weten waar je de hart-geest
kunt vinden, omdat ze in de Theorie gescheiden voorkomen. Hij is dus niet helemaal
onwetend, maar past de theorie toe op de manier van iemand die daartoe niet in
staat is, onbekwaam is. Daarom bestaat de hart-geest niet, en door dit standpunt
geven meester Onbekwaam (direct) én meester Onwetend (impliciet) fundamentele
kritiek op mensen die op basis van een theorie tot conclusies komen. Een pijnpunt!
Door nu alleen “hart-geest” met “geest” te vertalen, zoals
Jan doet in de Nederlandse tekst, kom je tot een taoïstische (?) conclusie.
Omdat de geest niet van belang is in het taoïsme (hij moet leeg zijn), moet ook
de pijn van de “geest” niet van belang zijn. En daarom bestaat ze niet, mag ze
niet bestaan. Maar hierdoor zeg je iets abstracts, je slaat blindelings alle
kanten op, zonder te weten iets te raken. En ik denk dat meester Onbekwaam wel
degelijk iets wil raken, nl. de Onwetendheid! De conclusie over de perfectie
van meester Onwetend zou ik met een korreltje zout nemen! En we komen tot twee
interpretaties die naast elkaar kunnen bestaan.
Ik vraag me wel af, waarom er zo’n groot verschil zit tussen
de Engelse en de Nederlandse vertaling van Jan? Wa’s gebeurt, Jan? Ik weet het
niet!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten