woensdag 25 maart 2020

Hercules, de genezer.

In het toneelstuk “Amphitruo” van Plautus komen verschillende verwijzingen voor naar een klassieke gezondheidstheorie, de Humorale Theorie. Ik zal hiervan een voorbeeld geven dat betrekking heeft op de zwangerschap van Alkmene, de vrouw van Amphitruo. Amphitruo is de stiefvader en Alkmene de moeder van Hercules, waarvan zij zwanger is. In hoeverre kun je hieruit de conclusie trekken dat de Romeinen Hercules zagen als een genezer? Hij is dan niet alleen iemand die de moraal brengt onder de mensen, maar ook degene met doktersadviezen en -recepten om op te volgen.


De moraal komt het beste aan de orde in de manier waarop Alkmene zich uit om de beschuldiging van overspel te weerleggen. Zij doet dat met een beroep op haar eigen smetteloze karakter (Plautus, Amphitruo, Tweede Bedrijf, vers 209–212 (1)): 


"Ik geef niet om mijn bruidsschat zoals jullie die noemen. (Ik geef niet om geld.) Maar om kuisheid, bescheidenheid (schaamte) en beheerste verlangens, vrees voor de goden, liefde voor mijn ouders en leven in harmonie met mijn verwanten. Trouw zijn aan jezelf, gul zijn voor de mensen die het goede nastreven, bereid zijn die mensen te helpen die oprecht zijn."


Ik vind dit getuigen van een moraal, die ik niet van Plautus had verwacht. Ik denk dat je dan ook hieruit gerust de conclusie kunt trekken, dat Hercules door de Romeinen met het waarborgen van waarden en normen geassocieerd werd. De interpretatie van één van zijn 12 werken, het schoonvegen van de Augiasstallen, als dat dit zou gaan over het opschonen van de morele waarden van de Griekse maatschappij, is dan ook niet ver gezocht.  Tegelijkertijd lijkt dit te wijzen op praktische hygiënemaatregelen. Dit samenvallen van twee aspecten is typerend voor de Humorale Theorie, waarin ieder element 4 kenmerken (heet & droog; heet & nat; koud & droog en koud & nat) en op z’n minst 7 aspecten kent variërend van materieel tot immaterieel (moralistisch en niet-moralistisch).  

Net als in de Amphitruo, gedraagt  zijn opdrachtgever, Eurystheus,  zich bij thuiskomst van Hercules na het voltooien van een opdracht merkwaardig. Hercules treft hem dan bijna altijd uit angst voor hem verstopt in een groot vat aan. Mij doet dit sterk denken aan de scène bij Apuleius, waarbij de minnaar bij thuiskomst van de echtgenoot zich ‎ook verstopt in een vat (vertaling: Vincent Hunink):


De vrouw zag meteen hoe zij zich eruit kon praten. ’Wat heb ik toch een geweldige man’, schaterde ze brutaal uit.’ Een mooie zakenman, hoor. De handelswaar, die ik, een vrouw die het huis niet uit komt, allang voor zeven denariën  heb verkocht, laat hij voor minder gaan!’En wie mag dat wel zijn?’ vroeg de man, verheugd over de extra opbrengst. ‘Wie wilde daar zoveel voor betalen?’?Ach sufferd’, zei ze. ‘mijnheer zit al een tijdje in het vat om het op stevigheid te beproeven.’


De ander reageerde alert op de woorden van de vrouw en schoot prompt overeind. ‘Nou, mevrouw’, begon hij, om u de waarheid te zeggen, dit vat is wel heel oud. En het is gebarsten, het zit vol spleten en scheuren.’ Vervolgens wendde hij zich tot haar man, schijnbaar niet op de hoogte van diens identiteit. ‘Zeg, meneertje, wie u ook bent,’ zei hij, ’kunt u mij direct eens even de lamp aangeven Dan kan ik het vuil hierbinnen wegschrapen en zorgvuldig bekijken of dit ding nog bruikbaar is. Of denkt u dat het geld mij op de rug groeit?’


Zonder aarzeling en nietsvermoedend stak de snuggere, voortreffelijke echtgenoot de lamp aan. ’Kom er eens uit, goede vriend,’ zei hij tegen de man, ‘en blijf er even rustig bij staan, dan maak ik dat prima voor u in orde.’ Met die woorden kleedde hij zich uit, nam de lamp mee naar onderen en begon de dikke aanslag in het wrakke vat weg te bikken.


Maar het vriendje, die fijne loverboy, liet de timmermansvrouw over het vat bukken, boog over haar heen en boorde haar ongestoord uit.Zij stak daarbij haar hoofd in het vat en hield haar man als een volleerde hoer voor de gek: dit moest nog schoon, wees zij hem met de vinger, en dat nog, en ja, daar zat nog wat, en daar ook. Zo ging het door totdat het werk op beide plekken klaar was, waarna de onfortuinlijke timmerman zijn zeven denariën ontving. Hij zag zich ook nog gedwongen het vat op de nek te nemen om het bij de echtbreker thuis te bezorgen.

De scène is bekend uit de film Decamerone van Pasolini, die inderdaad bij Boccaccio  te rade ging en niet bij Apuleios, hoewel dat de oudste tekst van dit verhaal is.


Hercules valt naar mijn mening te koppelen aan het waarborgen van de moraal. Maar zijn de andere aanwijzingen in de Amphitruo van een aard dat je ook kunt zeggen dat hij praktische doktersadviezen geeft?


Veel wordt er verwacht van seks. De moeder van Hercules, Alkmene, heeft daar waarschijnlijk zelfs haar naam aan te danken. Want alweer zien we Arabisch (of Fenicisch) verschijnen in een toneelstuk van Plautus: al-kmene (komijn), is de naam van een kruid, dat volgens de Romeinen ervoor zorgde dat je echtgenoot je trouw bleef. In Marokko werd er een seksueel stimulerend effect aan toegeschreven, vooral bij de huwelijksvoltrekking. En als de bruid de hoofdpersoon in een toneelstuk van Plautus is, kun je ervan uitgaan dat ze misschien toch niet zo trouw aan haar echtgenoot is als de echtgenoot had gehoopt.




Een ander kruid (2) dat er vaak mee wordt verward, omdat het met dezelfde naam wordt aangeduid, maar volstrekt andere eigenschappen heeft , is “zwarte komijn” (zwarte sativa). Hiervan staat de geneeskrachtige werking vast. Je mag volgens mij, concluderen dat het toneelstuk van Plautus over de geboorte van Hercules, allerlei tips 
geeft op medisch gebied. Hercules heeft daarmee een medisch aspect, dat meestal niet wordt benadrukt in de verhalen die we over hem kennen.



De adviezen komen uit de Humorale Theorie, waarin “zwart” een kenmerk is van “aarde” en de daarmee geassocieerde natuur en "wit" een kenmerk van geloof, trouw en barmhartigheid. “Zwart” had te maken met vruchtbaarheid, zoals ook in dit toneelstuk. Het verband met de Humorale Theorie blijkt verder uit de volgende scènes. 
Sosia, de manager-slaaf, in het toneelstuk Amphitruo, doet over het gedrag dat Alkmene die beweert met haar man te hebben geslapen, terwijl die van niets weet, deze uitspraak (3):


Juist, ze vertelt je precies dat wat ze zich van haar droom herinnert. Maar, vrouw, nadat je bent opgestaan, moet je toch een Zoutkoek of Wierook aan Jupiter de Beschikker van Wonderen, hebben geofferd?

 

Rond zwangerschap bestond veel magisch handelen. De Zoutkoek zag er net zo uit als wat een vrouw, die vreest geen kinderen te kunnen krijgen, momenteel in Marokko vaak meeneemt op een bedevaart naar een Maraboet  (zie plaatje hiernaast). De plaats die Suiker nu inneemt, was vroeger die van het Zout. De handel daarin heeft aan het centrum van veel Marokkaanse steden de naam “mellah” (plaats waar zout werd verhandeld) gegeven. De Zoutkoek was bedoeld om het kind van een zwangere vrouw tegen kwade invloeden te behoeden en voor een niet zwangere vrouw om zwanger te worden. De Wierook, die ook nu nog steeds in Marokko wordt gebruikt als afrodisiacum (liefdesmiddel)  heeft hetzelfde effect. Alleen nu houdt het de wens in dat uit de seks kinderen geboren mogen worden. En in die nacht wordt dan ook Hercules verwekt, terwijl Iphiclus al eerder was verwekt door Amphitruo. De droom, waarvan sprake is, is bijzonder: een gunstige droom voorspelde een mooie toekomst voor het nog ongeboren kind. Het leek als het ware te zeggen dat het al een plaatsje in de hemel kon opeisen: de vrouw was zwanger van een held. Maar wat is de betekenis, als ze droomt van haar eigen man, die afwezig is?


Je zou zeggen niets om bezwaar tegen te maken, terwijl Alkmene dat wél doet. Waarom? Zout en wierook waren bedoeld om de kwade geesten af te weren. Met andere woorden, Sosia zegt hier eigenlijk dat Alkmene haar man wil afweren, niet wil herkennen. En de droom maakt deze wens maar al te kenbaar, als zij zegt dat ze met haar man heeft geslapen, terwijl hij van niets weet.


Zout, wierook en dromen krijgen de betekenissen die ik er hierboven aan gegeven heb vanuit de Humorale Theorie.  Wit Zout wordt geassocieerd met de Zwaan, een gedaante waarin Jupiter zich graag openbaarde (element: IX-F). Wierook wordt geassocieerd met “vuur”(element: III-H) en wordt als het sturen van een wens naar de goden opgevat. Dromen werden opgedeeld in slechte en goede dromen. Slechte, bovennatuurlijke dromen (categorie: G) waren die dromen die seksuele lusten opriepen, en goede, natuurlijke dromen (H) voorspelden een voorspoedige toekomst, in dit geval een voorspoedige bevalling. Alleen de droomuitlegger kon uitmaken met welke soort droom je te maken had.


De slechte droom was een natte droom, die hier een gekte, “delirium” (4) wordt genoemd. Deze gekte werd opgewekt door een aanval van “atra bili” (element: I-G), zwarte gal. En het is deze suggestie die Alkmene kwaad maakt (VI-H). Deze kwaadheid is volgens de Humorale Theorie het juiste antwoord op de beschuldiging door zwarte gal gek gemaakt te worden (tegengif/antibioticum: boosheid). Zij denkt dat haar droom van Jupiter komt, terwijl Sosia zegt dat het de Duivel zelf is die hem haar heeft ingeblazen. Maar wat als duivel en god samenvallen? Dan heb je een fantastisch geneeskrachtig toneelstuk genaamd: Amphitruo.

dinsdag 17 maart 2020

De geboorte van Hercules.‎

Sosia (de slaaf-manager)‎
‎(Naar de lucht kijkend) Ik zweer je, echt waar, als er nog iets anders is dan waarin ik ‎geloof, of wat ik zeker denk te weten, ik geloof dat vannacht de God van de Nacht ‎dronken in slaap is gevallen. Want in de Grote Beer zit geen beweging naar welke kant ‎dan ook, de Maan staat stil op dezelfde plaats waar ze is opgekomen, zelfs Orion, de ‎Avondster of de Plejaden verroeren geen vin. De sterren blijven zo stokstijf op hun ‎plaats dat de nacht geen duimbreed wijkt voor de dag. ‎


Wat is hier aan de hand! Uit de Gargantua en Pantagruel kennen ‎we dit verschijnsel al bij de geboorte van Pantagruel. En nu komen we het weer tegen bij de ‎geboorte van Hercules. In dit stukje tekst staan maar liefs zes ‎sterrenbeelden. Het gaat om de volgende sterrenbeelden en ‎planeten:‎


God van de Nacht, Nocturnus: we weten niet welk sterrenbeeld of ‎planeet hiermee is bedoeld. Alleen bij Plautus komt Nocturnus ‎voor als een personificatie om de nacht te kunnen verlengen.

De Grote Beer, Septentriones,  over algemeen vertaald met Ursa ‎Maior, de Grote Beer. De ‎naam “septemtriones” zou echter terug ‎gaan op “septem” = 7 en terriones = ‎ossen, die de aarde ploegden. ‎Het sterrenbeeld Grote Beer lijkt in de ogen van de Romeinen op ‎een serie ploegende ossen en kende allebeide aanduidingen.‎


De maan, Luna: In oude verhalen en mythen wordt aan de maan ‎een stimulerend effect ‎toegeschreven op kindergeboorte. Waarschijnlijk komt dit voort ‎uit de observatie, dat als een vrouw zwanger was, zij geen ‎menstruatie meer kent. Aangezien de menstruatie min of meer ‎maandelijks is, werd er een verband gelegd met het verschijnen ‎van de nieuwe maan aan de hemel en de geboorte van kinderen. ‎


Orion, Jugula: ‎Hiermee wordt verwezen naar de drie sterren schuin op ‎een rijtje ‎die gezamenlijk de gordel van het sterrenbeeld Orion (een ‎mythologische jager) vormen. Maar het‏ ‏‎ was ook de aanduiding ‎voor twee sterren in het sterrenbeeld Kreeft  die “Aselli” of “Kleine ‎ezeltjes” werden genoemd.  ‎Meestal heeft men het dan over ‎Jugulae (mv), net zoals Plautus doet. Zou hier de grap op terug kunnen gaan over ‎Nasreddin die te weinig ezeltjes telt, omdat hij de ezel, waarop hij zit,   niet ‎meetelt? ‎Immers, in plaats van drie ‏zijn er nu maar twee sterren (kleine ezeltjes) terwijl er drie zijn in de ‏gordel van Orion?‏


Avondster of Venus, Vesperugo:  Vesperugo is de naam ‎van ‎Hesperes, de Avondster, tegenover Lucifer, de Morgenster.‎‏ De Avondster en Morgenster staan voor de planeet Venus. Dat ‏Venus, toonbeeld van  liefde, te maken heeft met de geboorte van ‏Hercules ligt voor de hand.‏



De Plejaden, ‏Vergiliae: ‎ De rol van de Plejaden kwamen we ook tegen bij het ‎bespreken van Marokkaanse en Creoolse spreekwoorden, en dan had het te maken met ‎de naderende lente en de seksuele driften die dit oproept.
 ‎
Als we dit rijtje sterren en planeten bij de geboorte van Hercules ‎overzien, dan valt op dat dit weleens dezelfde sterrenhemel zou ‎kunnen zijn als die waarbij Jezus werd geboren. Voor mij zijn de ‎Os en de Ezel in de kerststal altijd raadselachtige verschijningen ‎geweest. Dat er op een gegeven moment schapen in ‎de stal staan, kon ik als kind begrijpen. Maar waarom kwamen ‎daar die prachtige dieren op de proppen. En hier in het toneelstuk ‎Amphitruo, geschreven door Maccius Plautus 200 jaar eerder, ‎staat het antwoord! Die Os en Ezel waren sterrenbeelden om het ‎tijdstip aan te geven van de geboorte. Want de Romeinen gaven ‎hun kinderen een naam aan de hand van de omstandigheden. Een zo'n omstandigheid was de nacht waarin het werd geboren en de ermee gepaard gaande sterrenbeelden. En ‎natuurlijk zijn er ook bijzondere verschijnselen, omdat Jupiter ‎‎(Zeus) met zijn machtige hand de voortgang van de nacht stilzet. ‎En even gemakkelijk als hij hem heeft stilgezet, brengt hij het ‎heelal weer in beweging, net zoals men dat dat dacht in Orfische ‎sektes.

Jupiter
…… Beste Nacht, jij die je voor mij langer hebt gemaakt, ik geef je permissie om voor de ‎Dag te wijken zodat die met een heerlijk helder licht op de stervelingen neer kan ‎schijnen. En Nacht, in zoverre jij te lang was, in diezelfde mate zal ik de dag inkorten. Zó ‎zal er een Dag volgen die evenredig korter is aan het lengen van de nacht dat eraan ‎vooraf ging. …..‎


In hetzelfde toneelstuk komt nog een merkwaardige zinspeling ‎voor, die niet zozeer slaat op de geboorte van Hercules, maar met ‎de geboorte van de fatsoenlijke mens op aarde: 


Sosia
Amphitruo, ik hoopte dat zij een kind ter wereld zou brengen. Maar ze is niet zwanger.‎


Amphitruo
Wat is ze dan wel?‎


Sosia
Ze is gek!‎


Alkmene
Nee toch, ik ben zo gezond als een vis, en ik hoopte in een voorspoedige bevalling een ‎kind ter wereld te brengen, maar (keert tot Sosia) dat de goden jou met de typhus ‎overladen, omdat jij dit durft te zeggen, dat jij over mijn bevalling een vloek durft ‎uitspreken, heksenkind, ik hoop dat je krijgt wat je verdient.‎


Sosia
Waarom dat nou weer, je zou haar toch echt een appeltje toesteken om de bevalling te ‎verlichten om op te kauwen, mocht ze flauw vallen.‎


Het ligt ongetwijfeld aan mij, dat als ik dit lees, ik aan Adam en Eva ‎moet
denken. In het Latijn staat er “malum”, wat niet alleen ‎‎“appel”, maar ook “het kwaad” of “straf” kan betekenen. Hoe het ‎ook zij, voor mij verduidelijkte dit de scène met de appel bij de ‎verdrijving van Adam en Eva uit het paradijs. Ik vraag me nu wel ‎af wat de invloed van het Latijn is geweest bij het tot stand komen ‎van dit verhaal, net zoals bij het Kerstverhaal. Je hoort altijd ‎Hebreeuws en Grieks zouden de brontalen zijn voor de Bijbel. ‎Misschien was er toch ook nog een andere taal bij betrokken? ‎Latijn?‎


Bij een bevalling kreeg de aanstaande moeder bij de Romeinen een ‎appel om de pijn te verbijten, tenminste als er appels waren. Dit ‎zijn dan nog wel de appels, die niet in kassen gekweekt zijn, maar ‎die van de keiharde oorspronkelijke soort.‎


Hercules wordt gelijk met Iphiclus geboren. Iphiclus deed er tien ‎maanden over, waar Hercules het in een enkele dag voor elkaar ‎krijgt als een volgroeide baby ter wereld te komen. Een bevalling ‎was een heel gedoe, net als nu, en lauw water om zich te wassen, ‎maar ook om een bad in te nemen, was gebruikelijk. Dat moest dan ‎door slaven aangesleept worden in kruiken.‎


SOSIA 
Als ik het goed heb, ben ik precies op tijd om water voor de bevalling aan te dragen, ‎omdat het tien maanden geleden is dat we van hier zijn weg gevaren ten strijde.‎


Dat Romeinen dachten dat een vrouw na tien maanden beviel, zijn ‎we al eens eerder tegen gekomen. In een ‎recente andere grap vinden we dit als volgt terug:‎


Als Jeha drie maanden getrouwd is, bevalt zijn vrouw van een kind. De buurvrouwen ‎komen bij elkaar om hem een naam te geven. Iedere vrouw stelt een andere naam ‎voor. Jeha staat tenslotte op. “Het beste, “ zegt hij, “is om hem ‘Sneltrein’ (TGV of ‎Thalys) te noemen.” “En waarom dat dan wel?” vragen de buurvrouwen hem. “Omdat ‎hij in drie maanden een traject van negen maanden kan afleggen.”‎


En hoe steevast de trein een rol speelt als symbool voor het leven, ‎valt te lezen in het begeleidend schrijven over de Interpretatie van ‎de Klassieke Humor. ‎

woensdag 11 maart 2020

Amphitruo, wie kent hem nog?

Archetypen spelen naar mijn mening in iemands leven een grote rol. Heel
af en toe word je je daarvan bewust. Dat overkwam mij, toen ik geconfronteerd werd met de rol van Amphitruo bij de geboorte van Hercules. Amphitruo is voor Hercules de stiefvader die Jozef is voor de Bijbelse Jezus. Bij afwezigheid van de goddelijke vader Jupiter -- die net als God de Vader voor Jezus op aarde afwezig is-- is er een aardse vervanger nodig bij de geboorte en opvoeding van Hercules. De goden waren wel de verwekker van respectievelijk Hercules en Jezus, maar lieten zich daarna niet meer zien. De stiefvader van Hercules is Amphitruo en voor Jezus is dat Jozef.


Mijn tweede doopnaam is Jozef, de man van Maria en de stiefvader van Jezus. Bij mijn geboorte benadrukte mijn vader, zoals ik later vernam: “Niet Josef met een S (dat is de Josef die later onderkoning in Egypte zou worden), maar de Jozef met een Z, de man van Maria en de vader van Jezus”. Dat moest in het geboorteregister komen staan. Dat heeft onbewust mijn leven mede gevormd. Als vader leek ik soms een substitutie voor een echte vader zoals in de reclamespot: “Wie is die man die op zondag het vlees snijdt?” Dat deed pijn, en als ik de strubbeling zie van Amphitruo, als hij bemerkt dat zijn vrouw Alcmene de goddelijke Jupiter tot minnaar heeft, raakt mij dat ook persoonlijk. Ik denk dat ik niet duidelijker de werking van een archetype in de humor kan uitleggen, dan aan de hand van dit toneelstuk van Plautus,  geschreven tussen 251-182 vóór de geboorte van Christus!


Het stuk neemt een bijzondere plaats in tussen de toneelstukken van die tijd. Plautus noemt het zelf een tragi-komedie, een term die nog niemand tevoren ooit had gebezigd. Hij doet dit, omdat er Goden en Helden in dit toneelstuk optreden, wat in die tijd alleen het geval was in tragedies. Maar omdat het stuk vol burleske situaties zit, was het ook wat men toentertijd een komedie noemde. Vandaar dat Plautus op de naam tragi-komedie voor het stuk komt. Het is het enige stuk in dit genre dat uit die tijd ons is overgeleverd. Het werd tot diep in de Middeleeuwen regelmatig opgevoerd, als zich rampen voordeden, omdat men dacht dat het Jupiter goedgunstig stemde. Dat het stuk overeenkomsten heeft met het Kerstverhaal heeft ongetwijfeld daarbij ook een rol gespeeld.


Amphitruo, de naam zou etymologisch afgeleid zijn van Amphi = ambi= twee, en -truo, zou teruggaan op uter = één van twee. In het toneelstuk vinden namelijk twee verdubbelingen plaats: Jupiter neemt de plaats in van Amphitruo en Hermes neemt de plaats in van Sosia, de slaaf-manager van Amphitruo. Als Amphitruo erop uit is om de legers van de Tel-eboans of Taphians (ergens in de buurt van Euboea) te verslaan, maakt Jupiter gebruik van de gelegenheid zich in de gedaante van Amphitruo op te dringen aan Alkmene, die denkt met haar man te slapen, omdat Jupiter de gedaante van Amphitruo heeft aangenomen. In die nacht wordt Hercules verwekt. Maar ook in die nacht keert Amphitruo terug van het slagveld als overwinnaar. Uit een eerdere vrijage van Amphitruo en Alkmene wordt Iphiclus geboren. Waar Iphiclus er ‎‎10 maanden over doet om als vrucht vol groeit te zijn, legt Herakles datzelfde traject in een paar dagen af. Hij groeit als kool! Zij worden op het eind van dit toneelstuk als tweeling geboren. Er is geen thema in het Romeinse theater dat zo vaak bespeeld is, als de verdubbeling van één persoon in twee personen, zoals ook hier weer gebeurt in dit toneelstuk van Plautus. 

In mijn laatste blog zal ik verder ingaan op waarom dit toneelstuk model staat voor het promoten van een archetype, niet alleen Hercules, maar ook Amphitruo. Misschien is dat al duidelijk, maar ik zal er nog op terugkomen.


In het fragment van vandaag staan we stil bij de manier waarop Plautus voor het voetlicht brengt, dat de vrouw van Amphitruo, Alcmene, uit het gedrag van haar man opmaakt, dat hij niet weet dat zij die nacht met elkaar hebben doorgebracht. Zij weet niet dat Jupiter de gedaante van Amphitruo heeft aangenomen om met haar te slapen.


Alkmene (echtgenote):
(op hen toelopend) Ik denk dat ze van mij verwachten dat ik ze ga begroeten (ze begroeten elkaar)

Amphitruo (echtgenoot):
Wat ben ik blij jou te zien (begroetingsformule): “Amphitruo begroet zijn vrouw naar wie hij dagenlang heeft verlangd, de vrouw die van alle vrouwen van Thebe haar man het hoogst acht, en ook die vrouw, die de Thebanen in alle oprechtheid prijzen om haar deugdzaamheid”. Is het je al die tijd (dat ik afwezig was) goed gegaan? Heb je naar mijn komst uitgezien?

Sosia (dienstknecht van Amphitruo):
(terzijde) Dit heb ik nog nooit eerder meegemaakt! Haar begroeting (van Amphitruo) is net alsof ze een hond begroet.

Amphitruo:
Als ik je zo zwanger zie, zo bevallig met je ronde buik, dan kan ik alleen maar opgetogen zijn.

Alkmene:
Wat zullen we nu hebben? Bespot jij mij, maak
 jij mij belachelijk? Jij begroet en praat met mij alsof je mij in geen tijden hebt gezien! Alsof jij hier aankomt voor de eerste keer, net terug van het slagveld. Het lijkt wel dat je me begroet alsof je me in lange tijd niet hebt gezien.

Amphitruo:
Inderdaad, wat mij betreft, is dat ook zo. Ik heb je vandaag nog niet eerder gezien.

Alkmene:
Waarom ontken je dat je me al hebt gezien?
………………
Amphitruo:
Je  raaskalt, je slaat dronkenmanstaal uit.

Sosia:
Je moet hiermee ophouden, tot ze haar slaap heeft uitgeslapen.

Amphitruo:
Wil je zeggen dat ze slaapwandelt? Dat ze staat te dromen met haar ogen wijd open?

Alkmene:
Echt, geloof me, ik ben klaarwakker, en klaarwakker zeg ik je dit: pas nog zag ik hem (zij wijst met haar vinger naar Sosia) en ook jou.

Amphitruo:
En waar mag dat dan wel zijn geweest?

Alkmene:
Hier, in hetzelfde huis als waarin jij woont.

Amphitruo:
Wat een onzin. Dit is echt niet gebeurd!

Sosia:
Nu moet je op je tellen passen: wil je dat alles in alle rust verloopt of gaan we ruzie maken? Het zou toch kunnen dat onze boot ons vannacht uit de haven hiernaartoe heeft gebracht, toen we lagen te slapen. Hebben boten geen zeilen als vleugeltjes?

Amphitruo:
Wat zullen we nu hebben, begin jij nu ook al? Sta jij soms achter haar?

Sosia:
(in een onder onsje met Amphitruo) Wat wil je doen? Je weet toch dat als je een doorgedraaide carnavalsgek (Bacchanaal) tegenspreekt, wat er dan gebeurt? Van een gekke vrouw maak je dan een nog gekkere vrouw, hoe harder je haar slaat, hoe meer klappen je terugkrijgt. Daar zit geen eind aan!

Amphitruo:
Mijn god nog aan toe, we moeten toch een manier vinden om uit te maken waarom zij zo onwillig is om mij te begroeten bij mijn thuiskomst.

Sosia:
Dan zal je haar alleen maar meer tegen de haren instrijken.

Amphitruo:
Hou jij je mond nu eens. Alkmene, ik wil je een ding vragen……Waarom, is het dat je zegt me nog gisteren te hebben gezien, terwijl we toen pas in de haven aankwamen diep in de nacht? Daar heb ik gegeten, ik ben de godganse nacht aan boord gebleven om te slapen, en sinds ik vertrokken ben om met de vijand, de Teleboën, strijd te leveren, heb ik geen voet meer in huis gezet. Toen we ze verslagen hadden, zijn wij naar huis teruggekeerd.

Alkmene:
In tegendeel, je hebt met mij gegeten, én met mij geslapen.

woensdag 4 maart 2020

Marokkaanse spreekwoorden en Creoolse gezegden: de Os.

1 .  De os en de tijd.

إدا دخل ألدبران، لا درا ولاَ تيران


Wanneer de maand (in de agrarische kalender) “Doebrane” ( 1-13 mei) aanbreekt, geen maïs zaaien en niet met ossen ploegen.

Op mijn verjaardagskalender van deze maand (maart) staan ook twee ossen die een kar voorttrekken. De os is al sinds Homerus (ong 800 vChr)  het dier dat staat aan het begin van de lente. Maar in dit gezegde staat nou net te lezen dat je dan geen maïs moet zaaien en niet moet ploegen, wat ik toch met de lente associeer. Hoe zit dat? De verklaring is tamelijk simpel: in Marokko, waar ik het gezegde vandaan heb, is blijkbaar de grond van 1 tot 13 mei zo hard dat de hoeven van de ossen erop stuk gaan: niet ploegen dus! En omdat de grond hard is, zou het maïszaad boven de grond blijven liggen, en muizen, vogels en wind weten er dan wel raad mee: gevolg geen maïs. En dus niet zaaien of ploegen begin mei.
In een ander gezegde lezen we: 

ألتور ألعفاف عمره  ما يربي ألاكتاف


De brave os zal nooit schouders beklimmen.  

Het kan eigenlijk niet raadselachtiger, maar heeft wel degelijk een diepe betekenis. De schrijver en onderzoeker, Bouchta el Attar, geeft er als uitleg bij: ‎‎“gasten moeten braaf opeten wat ze voorgezet krijgen”.  De os is in dit geval ergens te gast en hij moet eten wat hij krijgt voorgezet of het hem zint of niet. 


Een mooie uitleg, maar er is meer. Want een os is omwille van de hanteerbaarheid een gecastreerde stier. Bij stierengevechten valt te zien dat stieren echt lastig kunnen zijn en zich niet zomaar voor een ploeg laten zetten om een akker te ploegen. Castratie leverde een handelbaar dier op. De os in dit Marokkaans Arabische spreekwoord heet nog steeds een “toer”, wat eigenlijk een woord is voor een stier overgenomen uit het Spaans (toro) of Latijn (taurus). 


Toen er nog geen Kunstmatige Inseminatie (KI) bestond, besprong een stier een koe en legde daarbij zijn voorpoten om de schoften (schouders) van een koe. Maar een brave stier, een os, die zal dat wel nooit doen, met andere woorden: een os zal nooit een koe dekken. En dat is het, wat hier in dit gezegde staat. Nu is het een kunstmatige verandering van stier naar os, maar dit gezegde gaat waarschijnlijk terug naar de tijd dat de natuur van jongens mannen maakte, het omgekeerde. Dat werd in de Klassieke Oudheid op Dionysusfeesten gevierd en men zong dan dit lied:


Kom, Heros Dionysos, naar de heilige tempel, naar de tempel, met de Gratiën/Chariten, woedende met uw stiervoet. Waardige stier, waardige stier.”

In dit lied wordt de heilige stier Dionysus gevraagd de tempel te begeesteren, te enthousiasmeren. Gevierd werd dat jongens een erectie kunnen krijgen: de overgang van onvruchtbaar kind naar vruchtbare man. Gevierd werd dat vrouwen vruchtbaar worden (tempel), hun eerste menstruatie. Beide gebeurtenissen werden in verband gebracht met de naderende lente (zie HumoraleTheorie). En dat alles is zomaar terug te vinden in een oud Marokkaans spreekwoord uit de agrarische kalender. Het spreekwoord moedigt je aan niet een brave os te worden, omdat je dan de hoofdprijs in het leven misliep. De os, eigenlijk de Stier, is de voorganger van de godinnen die het Zevengesternte bevolken. Vandaar dat je boven de Stier Dionysus zeven sterren ziet afgebeeld. Het Zevengesternte was de aankondiging van de lente. De drie meisjes tussen zijn horens zijn de drie Gratiën, de dochters van Dionysus, die door Harari in zijn over de top geprezen boek Homo Deus krankzinnig (pag. 54) wordt genoemd. Een koe of een stier die in de lente na een lange winter in de wei wordt losgelaten.


2 .  De os in andere tijden.


Over de hele wereld heen zijn er nog andere spreekwoorden te vinden, waarin de os in verband wordt gebracht met het voortschrijden van de tijd:

Uit Mauritius:
1.    Béfs laquée en Ière, mauvais temps napas loin. (Les bœufs ont la queue en air, le maivais temps n’est pas loin.) Als de ossen hun staart in de lucht steken, komt er binnenkort slecht weer.

Uit Trinidad:
2.    C’est nans temps laplîe béf bisoin lakhé li (c’est dans le temps de pluie que le bœuf a besoin de sa queue.)  Als het regent, heeft de os zijn staart nodig.

Kort samengevat:
3.    Lakhé bef dit: Temps allé, temps vini. (La queue de boeuf dit: Le Temps s’en va, le temps revient.) De staart van os zegt: De Tijd gaat en de tijd komt.

Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de staart van de os het slingeruurwerk heeft aangekondigd. Huygens was daar helemaal niet voor nodig. Het was een kwestie van tijd. De os was zijn tijd ver vooruit.

3 .  De leidzame en lijdzame os.

Duidelijk is dat de os geen gemakkelijk leven heeft: zie mijn vorig blog. Toch als je ze zo ziet staan dan heb je het gevoel dat het ze niet veel doet. Dat is precies wat het volgende Tamazight spreekwoord ons vertelt:


1.    Een koe wordt niet moe van zijn hoorns (Afounas warythiHer-s-achowen-ness.) uit Benzakour, 10 Op een ezel, pag 90.


Dit is de tweede keer dat we een Tamazight spreekwoord op een eiland aantreffen, dit keer voor de Oost Afrikaanse kust: Mauritius.


2.    Zamais béf senti so corne trop lourd. (Jamais le boeuf ne sent ses cornes trop lourd.) Nooit heeft een os het gevoel dat zijn horens te zwaar zijn. Hoe is dat spreekwoord daar terecht gekomen? Of hadden mensen gewoon hetzelfde idee?


Maar het leed dat de os is aangedaan, kent geen happy end:


3.    De koe is ingestort, allen rennen toe met een hakbijl (Benzakour: Afounas iwdha, qaâ tazzer-s chakka.) Of in het Arabisch (Attar en Maroc Catholique):


4.    منين كتطيح ألبقرة كيقووا ألشفاري/ ..يكتروا ألجناوئ Wanneer de koe op de grond valt, vallen ze met hun messen erop aan. 

Benzakour geeft hierbij als uitleg: als je verzwakt bent, moet je opletten dat ze je niet voor goed ten val willen brengen.


Heel veel prachtige spreekwoorden heb ik niet kunnen presenteren. Misschien dat ik dat nog eens een andere keer doe. Voor de komende 4 weken staat Plautus weer op het menu. Dit keer het toneelstuk Amphithruo over de wonderlijke geboorte van Hercules.