maandag 20 februari 2017

Uit: Decourdemanche, Sottisier de Nasr-eddin-Hodja, Bouffon de Tamerlan, 1878.

Het rekenwonder.

Wie met lege handen komt te staan, maakt het verschil. (pag. 35)


nze buurman had zijn ganzen aan Nasreddin toevertrouwd om buiten te laten grazen: een ervan raakte hij kwijt. Aan het einde van de maand ging Nasreddin zijn loon halen. Onze buurman vroeg hem: “Wat is er met een van de ganzen gebeurd?  Wat is er van haar geworden?” Nasreddin zette zich aan het tellen van de door elkaar heen lopende gakkende ganzen en zei tenslotte: “Maar het zijn er toch tien!” Daarop telde onze buurman ze nog eens na en telde er maar negen. Er ontstond een groot meningsverschil tussen beiden. Tenslotte schreeuwde Nasreddin: “Er is maar een manier om dit op te lossen. Wij vragen tien personen om ter plekke ieder een gans te pakken….En als iedereen er eentje heeft, dan is er maar een conclusie mogelijk: er zijn er tien en geen negen!” Zo gezegd, zo gedaan: iedereen pakte een gans en een van hen had er geen. Deze nu wendde zich tot Nasreddin: “Kijk, er is er niet eentje over voor mij. Wat zullen we daar aan doen?” “M’n beste vriend,” antwoordde Nasreddin, “je had er eentje moeten pakken toen ze er nog waren.”



Een rekenfout (pag 208)


asreddin had 8 ezels. Op een ervan ging hij zitten. Hij reed voorop en de ezels volgden hem gehoorzaam. Eenmaal goed op weg draaide hij zich om om ze te tellen. Je weet maar nooit. En tot zijn grote verbazing telde hij er nog maar zeven, want hij vergat de ezel mee te tellen waarop hij zat. Hij stapte af en telde ze nogmaals: het waren er acht. Hij was helemaal van de kaart door wat hij meemaakte. Een voorbijganger zag dat en vroeg hem wat eraan de hand was. En helemaal verbijsterd schreeuwde hij: “Zonet telde ik er zeven en nu zijn het er weer acht. Ik ben toch niet gek!?” De voorbijganger vroeg hem heel bedaard: “Heb je die waarop je zat ook meegeteld de eerste keer toen je telde?” “Hoe had je in vredesnaam gedacht dat ik kon tellen wat er achter mij zat? Door op de ezel te zitten, natuurlijk! Nou?”


De fout die Nasreddin hier maakt, onthult dat er op een oosterse manier wordt geteld. Zoals in een oude manier van tellen op een telraam als je tot tien telt, je een één op de staaf voor de tientallen apart zet, deed Nasreddin alsof hij al tot tien ganzen had geteld en telde hij vóór hij begon te tellen 1, omdat het er tien waren, en begon daarna pas de aanwezige ganzen te tellen. Het moment waarop je op de andere staaf een 1 aanschuift is van doorslaggevend belang voor de juiste uitkomst. Een vergelijkbaar enigszins pikant rekenprobleem kwamen we tegen in Deel 2 van Humor en zijn Schaduw bij het tellen van de aubergines, waarbij Jeha de vinger van de minnaar aanziet voor een aubergine.
Het probleem ontstaat in een zekere zin, doordat we bij het tellen tien vingers tot onze beschikking hebben en we moeten doen alsof de tiende vinger de eerste vinger + niets is. Als je erover nadenkt, begin je te begrijpen wat een geweldige uitvinding de nul was. In deze grappen worden het oosterse en westerse rekensysteem met elkaar geconfronteerd. Misschien word je geleerd hoe op een ontmoetingspunt van beide systemen, je van het verschil in rekenmethodes slim misbruik kon maken.

Uit de verhaaltjes kun je de ouderdom van de verhalen opmaken. Ze komen uit de tijd dat de streek van Nasreddin het ontmoetingspunt was van twee handelsroutes: de ene uit het Verre Oosten, de zijderoute, en de andere over zee vanuit het westen.  De Gans met zijn opvallende formaties in de lucht als een wijdbeense Hera (=Iuno), waaruit sterren geboren worden, heeft zich misschien ook opgehouden bij een heiligdom in Klein Azië. Zou er ooit in deze streek een heiligdom, gewijd aan de jaloerse godin Iuno (=Hera) en bewaakt door ganzen, hebben gestaan? Hera wordt ook met de pauw geassocieerd. De pauw, een mooie, trotse en sierlijke vogel zal in grappen af en toe van rol verwisseld zijn met de gans, een minder sierlijke, maar trotse en domme vogel. Volgens de Griekse komedie schrijver Aristophanes noemde Zeus zijn echtgenote bij tijd en wijle Zην, wat een verbastering is van χην, gans. En natuurlijk waren er in Roem, niet het Rome in Italie, maar het Rome van Turkije, de ganzen bekend om hun waakzaamheid. Ze hadden tenslotte het Italiaanse Rome beschermd tegen de invallen van de Galliërs (390 vChr). Net als het Turkse Rome beschermd moest worden tegen diezelfde invallers een eeuw later (280 vChr). In Rome richtte men daartoe op het Capitool een tempel voor Iuno (=Hera) op met de naam Iuno moneta. Het begin van ons kapitalisme!

Ik heb me samen met alle anderen nogal verkeken op de naam Nasreddin. Op het eerste gezicht lijkt de naam Nasreddin puur Arabisch: “nasr”- betekenis, “overtuigen, succes hebben in de strijd”; en “din”- betekenis “geloof”. Hoe bevooroordeeld kun je zijn, als je deze combinatie blindelings als juist ervaart. Dat “din” ook nog iets met “financiële schuld” van doen kan hebben, is niet in mij opgekomen. Tot mij opviel dat “nasr” precies dezelfde medeklinkercombinatie heeft als het woord in het Latijn voor gans, “aNSeR” (NaSR). Daarop sloot het achtervoegsel “din” in de betekenis van “financiële schuld” én “geloof” aan. De streek in Turkije waar het monument van Nasreddin staat, heette vroeger het Sultanaat Rome (Turks, Rüm), en je mag er dus vanuit gaan dat het Latijn een tijdlang de voertaal van de streek was. Het eerste deel van de naam Nasreddin, NASR, zou verband kunnen houden met de religieuze betekenis van de gans in het oude Rome. In de antieke oudheid zou die betekenis ook voor de Turkse streek waarin het Nasreddin monument staat, hebben kunnen opgaan. Een monument voor mensen die geen hiërarchie tot in hun diepste wezen wensen te (h)erkennen, en dat blijkt in hoe ze rekenen.

Meer hierover is te vinden in de Conclusie van Humor en zijn Schaduw! Ga naar onderen tot aan het hoofdstuk: 
3.2. Een geval apart: Nasreddin. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten