Gelijkwaardigheid
Inleiding (klik voor commentaar en noten)
Het vorige blog heb ik afgesloten met wat kanttekeningen, hoe in het feminisme het begrip “gelijkwaardigheid” wordt gebruikt. Ik beweerde dat het misschien een uitgangspunt is voor een westerse feministische beweging, maar dat voor een oosterse samenleving meer voor de hand ligt te streven naar rechtvaardigere verhoudingen. Het een sluit niet het andere uit, het is meer een kwestie van accent.
Het begrip “gelijkwaardigheid” zou meer verdieping moeten
krijgen. En die verdieping heb ik in de Chinese Boeddhistische filosofie
gezocht. In Master Incapable, vertaald door Jan De Meyer, staan verschillende ‘humoristische’
verhalen. Misschien zou in het oude China ook de oorsprong van de Nasreddin grappen
moeten worden gezocht, volgens Jean-Louis Maumoury, die daarbij denkt aan een
soort “koan” (dit zijn raadsels die Zen-Boeddhistische leerlingen mee
krijgen om te mediteren).
Uit de informatie op Wikipedia valt op te maken dat het onzegbare zeggen een
belangrijk aspect is van de “koan” waardoor
het iets lachwekkends heeft (Sublimes paroles et idioties de Nasreddin Hodja: p.
12). De oorsprong van de “koan” zou
teruggaan op rechtspraak.
Deze “koan” raadsels
hebben veel overeenkomstig met de Nasreddin-, Jeha-, Pushkin- en andere tricksterverhalen.
“Gelijkwaardigheid” van klager en aangeklaagde voor een (geblinddoekte) rechter
speelt hierbij een rol. Bijvoorbeeld zoals in het blog van maandag 11 maart2019 en het verhaaltje aan het begin van de website Klassieke Humor (naar beneden scrollen) of het verhaaltje “Een idee”.
Het woordje “incapable” in “Master Incapable” (Meester in onbekwaamheid) houdt in, dat de verhalen deel uitmaken van een Chinese filosofische stroming die benadrukt dat naar perfectie streven onmenselijk en onhaalbaar is. De mens is een zak vol tekortkomingen, en daarvan moet je je bewust zijn! Dat valt vooral op te maken uit de taal, die nooit dat zegt wat het zou moeten zeggen, vooral niet als het om geestelijke zaken gaat. De humor in deze verhaaltjes zou hierin zijn basis kunnen vinden. Humor is vaak een verhaspeling van woorden. De term in het Engels om de bedoeling van zulke raadsels, taboes, versprekingen en verhaspelingen aan te duiden is: Ineffability.
Op Wikipedia staat uitgelegd dat het woord komt van het
Latijnse ineffābilis en is samengesteld uit de prefix in- met de betekenis 'niet' en
het bijvoeglijk naamwoord “effābilis” met de gecombineerde betekenis 'kan niet worden
uitgedrukt (in woorden)'. In het Grieks is dat ἄρρητος
(α + ῥητὸς) wat betekent 'waarover niet kan of mag worden gesproken'.
In
deze verhaaltjes komen vaak taboes aan de orde. Uit alles bij elkaar valt op te
maken dat de Chinese invalshoek met zijn gevoeligheid voor de betekenis van
woorden, de aangewezen weg is om meer duidelijkheid te krijgen over het begrip
“gelijkwaardigheid”.
Afbeelding uit Zomerpaleis in Peking (1153 nChr.)
Op onderstaand plaatje zijn niet alleen de Zeven Wijzen te
zien (links), maar ook een Aap (linksonder) en de langzamerhand van Nasreddin-
en Jeha- verhaaltjes bekende figuur die achterstevoren op een ezel (rechtsonder)
zit.
Op dit plaatje staat misschien geïllustreerd dat men in
China een samenhang zag in de Nasreddin- en Jeha-verhaaltjes enerzijds en de
Aapcyclus anderzijds. En dat die verhalen weer iets te maken zouden kunnen hebben
met de Zeven Wijzen uit de Bamboegrot. Xi Kang (1), over wie later
meer, was een van hen.
Met de Aap-cyclus hebben we al indirect kennis gemaakt, toen
wij het hadden in het laatste blog, in de serie uit de Libro de Buen Amor, over de Traagheid (Acedia) waarin een Simio (aap) rechter is. In de komende maanden zal
ik een fragment uit de Aap verhalen bespreken, waaruit de samenhang tussen dit
Chinese fragment uit de Aap-cyclus en een Marokkaans Jeha-verhaal valt op te
maken.
Verder
staan op de afbeelding de Zeven Wijzen, waarvan Xi Kang er een is. In onderstaand
gesprek voert hij een gesprek met de heremiet Sun Deng. In de Inleiding (Inleiding) treft u een kort portret aan van de beide
heren die in dit verhaal met elkaar discussiëren: Xi Kang (1) en Sun Deng (2).
Dit
is niet een tekst waarvan de betekenis in een keer duidelijk is. Daarom heb ik
er noten aan toegevoegd. Maar vooral de analyse die eronder staat zal veel
ophelderen, hoop ik. Ik denk niet dat ik alle aspecten recht doe, maar bij een
eerste zetje in de goede richting helpt mijn uitleg wel.
(Xi Kang) in gesprek met Sun Deng
Meester Sun Deng leefde in afzondering op Berg Sumen (3). Xi Kang bewonderde hem en ging erop uit om hem te ontmoeten. Hij zei (toen hij hem ontmoette):
“Ze hebben me verteld dat een eendagsvlieg niet de hoge leeftijd van een schildpad kan bereiken, en dat zwaluwen en mussen niet lijken op (gelijkwaardig zijn aan) zwaanganzen (4). Mijn geest is ontoereikend om uw volmaakte adviezen op hun waarde te schatten. Maar ook zonnestralen en maneschijn maken geen onderscheid tussen brede lanen en onvruchtbare grond net zo min als de regen en dauw kiezen te vallen op orchideeën of alsem.
Ik hoop dat u met mij wilt delen wat u maar te berde wilt brengen over iemands plaats in deze maatschappij en het zich voltrekken van zijn lot. Meester, dan pas zou ik kunnen overstijgen wat al (voor mij) vaststaat, en daar kunnen verblijven waar geen grenzen bestaan.”
Deng nam de tijd alvorens te antwoorden:
“Duisternis en
donkerte hebben in de kern iets wezenlijk hetzelfde, maar dat is geen
eenvoudige overeenkomst. De geest van onberoerde chaos is niet eenvoudigweg
geest. Wezen en geest zijn de uitkomst van Verwerking (5).
Je zou je daarvan los willen maken, maar dat kan niet. Je zou het willen controleren,
maar dan weet het aan je te ontsnappen. Wat zou je dan nog kunnen verstaan
onder “het zich voltrekken van je lot”? Wat mag je dan verstaan onder “het
vinden van iemands plaats in de samenleving”? Wat is “wat al van tevoren
vaststaat”? Wat is “waar geen grenzen bestaan”?
Hoe dan ook, tussen Leegte en Niets (6) strekt zich Iets oneindigs uit. Het komt en gaat
zonder een spoor achter te laten (7). Het is het
( steeds veranderende) plafond van hemel en aarde. Wie dit begrijpt is een
verlichte geest; wie dit verkrijgt, verdient respect. Alles wat jij te berde
brengt, wijst erop dat je nog niet in verste verte een glimp hebt kunnen
opvangen van het licht aan het eind van de tunnel. Van de Oude Langoren (8) heb ik het volgende geleerd: “Een goede koopman
verstopt zijn bezittingen zo diep mogelijk in zijn zakken, zodat het lijkt
alsof hij niets bezit. Een heer van volmaakte deugd (9)
komt over als naïef”. En ook,
zoetwatermosselen worden open gebroken om hun parels, olifanten worden verbrand (?) om hun
slagtanden, orchideeën worden gekookt om er zalf van te maken, en de veren van
de ijsvogel worden geplukt om zich mooi op te maken. Dat weet iedereen. Jij
hebt een talent voor literaire verfraaiing en schoonschrijven (kalligrafie) , maar alles wat donker en vaag is, daarvan ontgaat je het belang. Jij lijkt
op iemand die een helder brandende kaars oppakt die een duizelingwekkend licht
verspreid, wat door het hemelgewelf wordt verafschuwd.
Ik lees jouw “Brief om je relatie met Shan Juyan (10) te
verbreken”. In die brief staan “de twee dingen die absoluut ontoelaatbaar zijn”
en “de zeven dingen die onverdraaglijk zijn”. Deze brief staat bol van
zelfverheerlijking, gekoppeld aan kritiek op anderen. Je tijdsgenoten verachten
je hierom. Iemand die zich van binnen leeg en vrij heeft gemaakt, beschouwt
niet de rechtbank of de markt als een bruisend trefpunt met anderen, terwijl
voor iemand vol verlangens(om leeg en vrij te zijn) zelfs afgelegen kliffen en
valleien voldoen (11). Het bekleden van een ambt
kan niet in strijd zijn met je gevoelens. En het niet hebben van een officiële
functie kan niet bijdragen aan je innerlijke harmonie. Als het vervullen van
een ambt moeilijk is, dan is het
niet meer werken de oplossing van die moeilijkheid! Maar jij vond het nodig om
relaties te verbreken en anderen te bekritiseren om jezelf in het zonnetje te
zetten. Door zoveel stof te doen opwaaien en dan toch een blik te willen werpen
op ander extern leven (12) zou ik je kunnen
duiden als iemand die de schaduw haat, terwijl hij ondertussen wel geniet van zijn wandeling in
de zon. Hoe zou jij mijn inzichten waardig kunnen zijn!?
Xi Kang keek beteuterd, als iemand die net ontwaakt is uit een dronken roes. Zoals te verwachten werd hij geëxecuteerd.
Analyse
We hebben hier met een verhaal te maken dat nou niet meteen
een grap is. Maar ook dan kunnen we dezelfde analyse-instrumenten gebruiken als
om grappen te analyseren. Alleen de acties in het midden draaien we zo om dat
“actie-reactie” voorop staat, gevolgd door “reactie-actie”. Dus precies zoals
je de volgorde zou verwachten. Als we dit gesprek samenvatten met de bekende 4
elementen (“begin”, “actie-reactie”, “reactie-actie”, en “slot”), dan komen we tot de volgende samenvatting:
- 1. Xi Kang stelt een vraag aan de heremiet Sun Deng. De status van de vraag, is moeilijk te bepalen. Hij kan ironisch bedoeld zijn, om Sun Deng te vernederen.
- 2. Sun Deng geeft een antwoord, dat in twee delen uiteen valt. Het eerste deel wil Xi Kang op z’n plaats zetten. In het antwoord schemert door dat Sun Deng het een onbetamelijke vraag vindt. Xi Kang beschouwt zich, volgens Sun Deng, geen actief element van een grotere wereldorde; hij denkt er zelfs boven te staan, omdat hij gelooft in dingen die niet zijn wat ze lijken (7).
- 3. Het tweede deel is een waarschuwing aan het adres van Xi Kang met het advies zich te verbergen, weg te vluchten uit het licht. Waarschijnlijk hoort Xi Kang de waarschuwing niet of hij negeert het antwoord uit arrogantie en neerkijken op ons fluitende baasje. Wat zou jij doen?
- 4. Xi Kang blijft zich ophouden in de zoeklichten als een haas gevangen in de koplampen van een auto. Hij loopt regelrecht zijn executie tegemoet.
- 5. Nu komt het grote probleem met dit verhaal: wat is het centrale symbool datbetekenis geeft aan de hierboven opgesomde acties. Dat is natuurlijk De Weg (Tao of Dao: zie het Chinees lettersymbool hiernaast), die geen spoor nalaat, maar er wel is! Eigenlijk verduidelijkt dit Chinese letterteken prachtig dit gesprek: het is een mannetje met een rugzak onderweg op zijn levensloop. En van dit symbool zegt Sun Deng: “..tussen Leegte en Niets strekt zich Iets oneindigs uit”, m.a.w. iemand kan van zijn leven iets maken of niets naar gelang hij openstaat voor het samenspel tussen zichzelf en de hemelse wegen die hem ter beschikking staan. Hiermee doel ik op het Confucianisme, waarmee Xi Kang zo’n moeite heeft. Xi Kang vraagt naar de weg die hij zou moeten gaan, maar neemt eigengereid de weg waar hij lekker kan shinen .
Gelijkwaardigheid
Wat zegt dit verhaaltje nu over Gelijkwaardigheid? Uit noot 13 (13) zou
je kunnen opmaken dat ‘gelijkwaardigheid’ in de Chinese filosofie voorkomt
onder het begrip ‘Qi-wulun’, de gelijkmaking der dingen, het ondergaan van een
transformatie waardoor de dingen gelijkwaardig worden. Als in: iedereen is voor
de Dood gelijk. Natuurlijk, iedereen
heeft zijn weg in dit ondermaanse te gaan. Voor De Weg zijn wij allemaal
gelijkwaardig. Als je dit principe te laag bij de grond, te materialistisch, opvat,
zoals Xi Kang, dan struikel je op je weg over de talloze stenen, die de weg
maken. Een baan weigeren, omdat jij jezelf daar te goed voor vindt, is een
doodzonde, ook al sla je hiermee het materialistische gewin af.
Gelijkwaardigheid is duidelijk als politiek wapen te
gebruiken, omdat het ook al in het tijdperk waarover we het hier hebben als
zodanig wordt gehanteerd. Deze tijd, getypeerd door alles verwoestende
oorlogen, is een tijd van extreme “gelijkwaardigheid” voor sommigen om anderen
te dienen. In een oorlog staan wij oog in oog met de dood als gelijkwaardigen (Inleiding). De oude Chinezen hadden een idee vanwaar
De Weg, die ons gelijkwaardig maakt, kwam, ergens uit een verborgen hemelse constellatie:
“..tussen Leegte en Niets strekt zich Iets oneindigs uit”. (Ik wil in dit verband u attent maken
op een artikel dat hierop aansluit in De Groene Amsterdammer van deze week, 22
januari 2026: Profiel Ernst Jünger, Het droomkoninkje van de moderniteit, door
Joris Meiman, pag. 36-41.)
En dan gebeurt er dit: Je ligt na een lange wandeling in een
grot ’s avonds uit te rusten en kijkt naar het plafond. Daarop projecteer je de
weg die je die dag hebt gewandeld. De Weg tekent zich af als twee parallelle
lijntjes. En je zet bij elke kruising of afslag een bordje met aanwijzingen,
aanwijzingen die rechten en plichten worden als de slaap je overmand. Dat moet
de Wet zijn zoals Confucius hem gedacht heeft. De Weg is een Wet
geworden, onderweg terugkijkend en vooruitkijkend. Maar wat gebeurt er met de
Wet, als die hemelse constellatie er niet meer is? De parallelle lijntjes
missen het contrapunt en vallen als een dikke autoritaire lijn over elkaar
heen. En hier kan het mis gaan en de weg terug is afgesneden, zoals in de
Franse revolutie in 1789 “égalité” als eerste sneuvelde onder de guillotine.
In aansluiting op mijn vorige blog moet ik nu natuurlijk de vraag stellen: waar is in dit hele verhaal De Vrouw?
Die komt in dit verhaal niet voor, terwijl in de Westerse sprookjes er sprake
is van een Substratum Philisophicum Femininum (SPF-1 en en SPF-2). Is het toeval dat dit wèl in de Westerse verhalen voorkomt en in de Oosterse
ontbreekt, zelfs in verhalen die aan elkaar verwant zijn? Dit zou erop kunnen
wijzen dat net zoals ik in de bespreking van het feminisme in oost en west zei,
ideologie per context moet worden gehanteerd en geanalyseerd. Ideologie heeft
niet die diepgang die je ervan verwacht: het is een recent verschijnsel, tenzij
je de toneelstukken van Plautus ziet als propaganda voor een christelijke
ideologie.





Geen opmerkingen:
Een reactie posten