maandag 11 september 2017

Lala Foufouya oftewel  Lala Grenoe (4).
(Uit:  De mooiste Marokkaanse volksverhalen, 2016, uitgeverij Edisoft , redactie: Yasri Shakir,
tekeningen: Eshshwie Mohamed Hafy Mokhtar.)


Dit is deel vier van zeven delen Lala Foufouya.

Deel 4: Het Offerfeest.

De dagen gingen voorbij en in de vroege uurtjes van de ochtend van het Offerfeest ging Aroesie naar de moskee om het offerfeestgebed te zeggen en bleef Foufouya thuis op hem wachten, totdat hij zou terugkomen om het schaap te slachten. Zij zat dichtbij het schaap en hoorde hem mekkeren: “mèe, mèe”. Zij dacht bij zichzelf dat hij met haar praatte, en haar toestemming vroeg om uit te gaan om zijn vrienden en verwanten te bezoeken. Zij vroeg hem: “Natuurlijk! Jij wilt je vrienden en verwanten bij gelegenheid van het feest bezoeken!?” Het
schaap kaatste terug : “ bè..bèe”. En zij zei hem: “Bij God, ik heb met je te doen en  ik ga je helpen en lief voor je zijn.” Zij stond op van haar plaats, pakte de nieuwe kleren van haar echtgenoot en deed die het schaap aan, deed hem de deur open en zei tegen hem: “Ga, maar kom vlug terug”, waarop het schaap mekkerde: “Mèe…mèe”.  En zij dacht dat het daarmee te kennen gaf dat het vlug zou terugkeren.


Toen Mohamed Aroesie thuis kwam, vroeg hij: “Waar is het schaap om te slachten?” Zij antwoordde hem in volle overtuiging: “Dat is weggegaan om zijn verwanten en vrienden te bezoeken bij gelegenheid van het feest en zal zo vlug als het kan terugkomen naar huis.” Mohamed slaakte een kreet als door de bliksem getroffen: “Hoe kun je erop vertrouwen, dat een schaap dat van huis is weggelopen naar welke verwante of vriend dan ook, zal terugkomen, gekkie?” Deze keer verontschuldigde Foufouya zich niet, maar kondigde hem het volgende aan: “Als er in dit bestaan barmhartigheid en  mededogen bestaat en God  houdt zich aan zijn eigen woorden,  natuurlijk verlangt het schaap dan naar zijn eigen verwanten en vrienden!” Daarop verklaarde Aroesie: “Wat heeft het voor zin met je te redetwisten. Dat leidt tot niets. Jij bent helemaal gek, had ik mijn moeder maar geloofd dat een vrouw zoals jij, die het huis niet uitgaat haar hele leven lang , niet voor het raam staat, geen vriendinnen en buren heeft, en niemand ziet haar ooit, die is niet voorbereid op het leven, is er niet voor geschikt!” Er is geen reden voor ruzie en discussie, heen en weer gepraat, omdat terechtwijzingen en verwijten geen nut hebben. 

Daarom pakte Mohamed Aroesie zijn echtgenote bij de hand en liet haar naast
zich plaats nemen en zei  kalm tegen haar: “Ik hoop dat je goed luistert naar wat ik je nu ga zeggen. Ik hou van je en ik wens je niets dan goeds toe. Daarom vraag ik je  dat je het rustig aandoet, jij hoeft geen enkel werk te doen, ik zal je je eten kant en klaar voorzetten, alles wat je moet doen, is het vuur aansteken en een pot thee erop zetten, en ik zal je wol brengen die jij gaat wassen. En dat is alles wat je hoeft te doen.” En hij liep steeds  heen en weer om haar eten te brengen, kwam bij haar met de wol, en Foufouya deed niets anders meer dan thee zetten en de wol wassen.

Oorspronkelijke tekening van Vivant Denon.

Wordt vervolgd, klik hier voor deel 5: Lala Foufouya.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten