maandag 15 mei 2017


Tijl in Luneburg.

Intussen reed Uilenspiegel op zijn ezel door de landen en sompen van de hertog van Luneburg , het Watersignoorken1 , zoals de Vlamingen hem heetten. Jef2 gehoorzaamde Uilenspiegel als een hondje, dronk bruinbier, danste beter dan een Hongaarse dansmeester3 en legde zich bij het minste teken op de rug met de vier poten omhoog.Uilenspiegel wist dat de hertog van Luneburg – verbolgen omdat hij te Darmstadt  in tegenwoordigheid van de landgraaf van Hessen, zijn baas, met hem de spot had gedreven  – hem op straffe van de strop de toegang tot zijn grondgebied ontzegd had. 


Plotseling zag Uilenspiegel Zijne Hertogelijke Hoogheid in persoon afkomen en mits hij zijn geweldige karakter kende, werd hij bang. Hij sprak tot zijn ezel:--‘Jef, jongen, daar komt de hertog van Luneburg. Aan de hals voel ik een grote krieuweling; nu, Jef, ik zou niet geerne  gehangen worden. Gedenk dat wij broeders in ellende en in lange oren zijn; gedenk ook welk een goede vriend gij aan mij zoudt verliezen.’ En Uilenspiegel wiste zich de ogen en Jef begon te balken.--‘Wij leven samen gelukkig,’ vervolgde Uilenspiegel, ‘of rampspoedig, naarvolgens de omstandigheden; gedenk dat, Jef.’ De ezel balkte voort, want hij had honger.-- ‘En nooit zult gij mij vergeten,’sprak zijn meester, ‘want welke liefde is sterker dan die, welke dezelfde vreugde beleeft en dezelfde rampspoed beweent? Jef, jongen, gij moet u op de rug leggen.De zachtaardige ezel deed wat zijn meester hem heette en de hertog zag hem met de vier pikkels omhoog liggen. Uilenspiegel zette zich neer op de buik van de ezel. 



4


--‘Wat doet gij daar?’sprak de hertog. ‘Weet gij dan niet dat ik bij mijn laatste plakkaat u verboden heb uw stoffige voeten in mijn gewesten te zetten?’
Uilenspiegel antwoordde:--‘Genadige heer, heb erbarming met mij.’ En naar zijn ezel wijzend:
--‘Gij weet wel, heer, dat hij die tussen vier palen woont, bij wet en recht immer vrij is.’De hertog antwoordde:
--‘Verlaat mijn gewesten of gij zult sterven!”
--‘Genadige heer,’ antwoordde Uilenspiegel, ‘met een paar gulden zou ik rapper buitenrollen.’
--‘Nietdeug,’ sprak de hertog, ‘het is u niet genoeg ongehoorzaam te zijn, ge vraagt er mij nog geld bij!’
--‘Ik moet het wel vragen, heer, mits ik het niet nemen kan.’

De hertog gaf hem een gulden. Toen sprak Uilenspiegel tot zijn ezel:

--‘Jef, sta op en groet Zijne Hoogheid.’
De ezel stond op en begon te balken. Toen gingen beiden weg.





Geen opmerkingen:

Een reactie posten