maandag 6 maart 2017

Vertaalde grappen  uit: Decourdemanche, Sottisier de Nasr-eddin- Hodja, bouffon de Tamarlan, 1878, chez Gay et Doucé.

(p23) De maan uit de put.


Nasreddin ging eens ’s nachts water halen uit zijn put. Hij keek naar onderen en zag daar de maan schitteren in het water. Er kwam  over hem iets gehaast. Hij liep hals over kop naar huis om een stevig stuk touw met een haak eraan te halen. Dat liet hij in de put vallen. De haak bleef steken achter een dikke steen. Nasreddin trok tevergeefs uit alle macht,…. toen deed hij een tweede poging…en dat maakte een eind aan alles. Hij viel op zijn rug en keek omhoog, zag de maan oplichten voor hem, en hij riep uit: “Ere zij God. Mijn rug doet pijn en terecht. Het zij zo. Ik heb de maan uit de put omhoog kunnen trekken en hem weer op z’n plaats teruggezet.”


Dit onschuldige verhaal kan op zoveel manieren uitgelegd worden dat we uitkomen op de uitleg van religieuze teksten, namelijk in hoeverre God in iemand leeft of er buiten staat. Daar wil ik later nog wel bij stilstaan, nu niet. Wat Nasreddin doet is, wat astronomen en en astrologen vroeger deden bij gebrek aan een goede sterrenkijker. Zij bepaalden de positie van sterren en hemellichamen in de weerspiegeling van een wateroppervlak, in dit geval het water in een put. Het is dan ook niet verwonderlijk dat men de aarde zag als een platte schijf met de mens of dier in het midden.

(p28) Een verrukkeljke uitleg bij de spreiding van mensen over de aarde.


Op een dag zei iemand tegen Nasreddin: “Waarom verblijven van alle mensen op aarde er sommigen op die ene plek en anderen op een andere plaats in plaats van allemaal bij elkaar op één en dezelfde plek te wonen?”

“Hoe komt het dat je dat niet begrijpt!”, zei Nasreddin met overslaande stem. “Als alle mensen zich op een punt op aarde zouden verzamelen, dan zou de kant waar zij zich zouden bevinden, zo zwaar worden dat ze de aarde naar een kant zouden doen overhellen en… hij zou omkieperen!”


(p59) Les in kosmografie. 


Men vertelt dat er drie monniken  op een dag bij sultan Ala-ddin kwamen. “Wij gaan”, zeiden ze, “drie vragen stellen aan u, moslims — als u erin slaagt de oplossing te geven, bekeren wij ons tot uw geloof.” De keizer (padishah) verzamelde alle wijzen en geleerden, en gaf ze bevel om de vragen van de drie monniken te beantwoorden. Maar dat konden ze niet.“Als er ééntje is die hierop een antwoord kan geven, dan is dat Nasreddin, “zeiden ze tegen de keizer. De keizer stuurde er een bode op uit om hem uit te nodigen aan het hof te komen. Nasreddin besteeg zijn ezel en kwam aan op het hof van de keizer.“Vraag maar wat je wilt vragen,” zei Nasreddin tegen de monniken.“Waar is het middelpunt van de aarde,” vroeg de eerste van hen.“Over die vraag heb ik mijn gedachten laten gaan,” antwoordde Nasreddin. “Dat middelpunt bevindt zich tussen de vier poten van mijn ezel, die daar staat.”“Welk bewijs heb je daarvoor?” antwoordde de monnik. “Als je me niet gelooft”, zei Nasreddin, “pak dan een stuk touw en meet het op.”“Wat is het aantal sterren aan de hemel?” vroeg hem daarop een andere monnik. “Dat is gelijk aan het aantal haren dat mijn ezel bedekt,”antwoordde Nasreddin. “En welke verklaring geeft u hiervoor,” ging de monnik door met zijn ondervraging. “Als je me niet gelooft,” zei Nasreddin daarop,”ga het controleren en tel ze. De ezel staat daar!” De derde monnik stapte naar voren en vroeg: “Hoeveel haren telt mijn baard?”  “Dat zijn er net zoveel als er aan de staart van mijn ezel zitten!”zei Nasreddin. “Waarom?” kaatste de monnik terug. “Als je me niet gelooft,” antwoordde Nasreddin, “verifieer het antwoord maar. Telkens trek je één haar uit je baard en één uit de staart van mijn ezel. En je zult zien: ik heb gelijk!" Nu waren de monniken overtuigd van Nasreddins gelijk en zij bekeerden zich tot de Islam.


Wie was Jean-Adolphe Decourdemanche (1844-1915)?


Uitgever Leroux
Dat lijkt een eenvoudige vraag, maar het antwoord was moeilijk te vinden. Hij is in het derde arrondissement te Parijs in 1844 geboren. Na een korte studie Arabisch komt hij in de Turkse wereld terecht. Hij vertaalt de Nasreddin grappen, omdat  hij denkt dat men zó de Turken beter leert kennen. Om de een of andere reden beseft hij niet dat de oorsprong van deze grappen helemaal niet Turks is, maar meer met de Romeinse overheersing van Klein Azië heeft te maken. Daarnaast hebben de grappen veel te maken met het feit dat Akşehir, de geboorteplaats van Nasreddin, op het kruispunt van twee belangrijke handelsroutes ligt: de zijderoute en de zeevaart van de Middellandse Zee.  Dat de verhaaltjes iets met Turkije te maken hebben komt voort uit het ombuigen van deze grappen naar de Turkse en islamitische smaak, omdat uit niets meer mocht blijken dat er joodse, christelijke, en zelfs boeddhistische sporen in zijn te vinden. De Turkse ombuiging laat een Turkije zien van armoede, overheersing, en verlangen aan deze werkelijkheid te ontsnappen. Het is kortom het Turkije tijdens het verblijf van Decourdemanche in Turkije, onder het sultanaat en nog voor de revolutie van Atatürk.

Dat Decordemanche het, voor zover ik weet, niet over de financiële kant van de geboortestreek van Nasreddin heeft, is vreemd. Hij is namelijk voor het tijdschrift “Le Globe”  de financieel redacteur. Het meest indrukwekkende boek van zijn hand gaat dan ook over munten, en waarde van munten en maten in de Oudheid.  Zijn uitgeverij Leroux was mede-eigenaar van de krant Le Globe. Decourdemanche was waarschijnlijk teveel wetenschapper om direct een verband tussen geld en Nasreddin te leggen. Maar zoals ik de week tevoren heb gezegd, is het ook geen peulenschil om achter deze waarheid te komen. En dat kan ook een reden zijn.

Zoals gezegd  was Decourdemanche journalist en vertaler. Dit vertalen heeft tot verwarring geleid tussen zijn naam en die van Osman Bey, die zich ook Adrejevich Vladimir noemde! Deze Osman Bey schreef in het Turks een boekje over de toestand in de wereld van 1879 onder de titel: Luttes sur le Rhin et sur le Danube entre Latins,Germains et Slaves, par le major Osman-Bey. Onder de link is dit verbazingwekkende boekje in te zien. De vertaling is van de hand van Decourdemanche. Kort samengevat gaat het over de Franse angst  dat 3 rassen (Slaven, Latijnen en Germanen) als uitkomst van het Congres in Berlijn in 1878-1879 elkaar weer zullen gaan bestrijden. Omdat de koloniën oneerlijk verdeeld zijn zullen de Germanen als hun arena Europa kiezen. Langs kronkelpaden lijkt het boekje de Eerste en Tweede wereldoorlog te voorspellen.  De grappige verhaaltjes lijken een talent wakker te roepen om vanuit het ongerijmde juiste voorspellingen te doen, lijkt het wel. Beangstigend! De krant waartoe Decourdemanche behoorde, stond erom bekend dat men

“Als filosofie, het spiritualisme had; als geschiedenisopvatting, intelligente nieuwsgierigheid, onbevooroordeeld, en zelfs sympathiek tegenover vroegere tijden en eerdere stadia van menselijke samenlevingen; in de literatuur, een neus voor vernieuwing, van verandering, van vrijheid, zelfs met heel vreemde verschijningsvormen en in de meest grove samenstellingen.” 
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten