zondag 12 april 2026

 

Vertalen

Bij vergelijking van mijn vertaling uit het Engels (2026) met de vertaling in het Nederlands van Jan De Meyer uit het Chinees (2013) van twee dezelfde verhaaltjes kwam ik tot de conclusie dat ik een verklaring diende op te stellen over hoe ik tot mijn vertaling was gekomen. De verschillen waren zo groot, dat ik er niet omheen kon me af te vragen, hoe die verschillen tot stand waren gekomen. Het gaat om de twee verhaaltjes die respectievelijk op mijn blog van januari en maart 2026 zijn te vinden. In januari had het verhaaltje de titel: (Xi Kang) in gesprekmet Sun Deng en in maart heette het: Beantwoording van Yuzhongzi’s vraag. Op deze blogs is voor wie het wil nalezen mijn vertaling uit het Engels van deze Chinese verhaaltjes terug te vinden, waarnaar hieronder regelmatig wordt verwezen.


Twee mogelijke interpretaties

Maar dat verschil begint al bij de titel van het boek in het Nederlands: Nietsdoener. Tegen deze vertaling heb ik al in mijn eerdere blog bezwaar gemaakt . Ik geef er de voorkeur aan om de titel te vertalen met “Meester Onbekwaam”, omdat dit het belang aangeeft van de sociale omgeving van de mysticus.


Maar het gaat hier niet om zomaar een godsdienstige of een meer realistische interpretatie. Het gaat ook niet om een woordje dat anders is vertaald, waarbij het ene waarschijnlijk een foute vertaling is en de andere de juiste. Het gaat om twee interpretaties die beiden passen in het Chinese gedachtegoed van die tijd (618-907 nChr). Omdat het om een globale plaatsing gaat, is het mogelijk om de Engelse vertaling als uitgangspunt te nemen voor de plaatsing van de tekst. Jans Nederlandse tekst is daarvoor te uitgesproken en ook mijn tekst is niet hiervoor bruikbaar, omdat deze te weinig dicht op de Chinese bron staat. De Engelse vertaling is 10 jaar ouder (2023) dan de Nederlandse uit 2013. Blijkbaar is de tekst aanzienlijk verbeterd!


Het godsdienstige kader van deze verhaaltjes wordt in het Chinees aangeduid met “wu-xin”, wat betekent dat het om een geestelijke toestand van een mysticus gaat waarin men streeft naar leegte (in je hoofd). Wat Jan De Meyer niet vermeldt – waarschijnlijk omdat hij dit niet kan weten—is dat deze niet-aanwezig-zijn geestesgesteldheid ook voorkomt bij noord Afrikaanse maraboets. In het Frans wordt over hen gezegd dat ze “distrait” zijn, afwezig, niet alert, in zichzelf gekeerd, verstrooid. Ik denk dat dit bij benadering hetzelfde is als wat in het Chinees “wu-xin” wordt genoemd. Ik vraag me af of dit gedrag uit een tekst valt op te maken. De Marokkaanse teksten, waar veel onderzoek naar is gedaan, kennen veel herhalingen in de vorm van een litanie. Ze zijn niet te vergelijken met deze taoïstische teksten. Maar uit Marokkaanse maraboet teksten kan ik deze geestestoestand niet afleiden.


Jan De Meyer plaatst zijn Nederlandse vertaling helemaal in een zen-boeddhistisch (taoïstisch) kader. Dat zal ik later verder toelichten. Het is opvallend dat het andere kader veel meer op het Internet in de belangstelling staat dan het godsdienstige kader “wu-xin”. Dat andere kader wordt ook wel de theorie van de Vijf elementen genoemd, en de naam is bijna identiek aan de godsdienstige noemer. Met een letter verschil heet het “wu-xing”. Mijn vertaalkader valt in deze kosmologische levensbeschouwing. “Wu-xing” is een theorie die de dynamische relaties en processen van de (bezielde) natuur beschrijft. Het is veel gebruikt in de traditionele Chinese geneeskunde.


Void, Nullity en Realization.

Ik heb in mijn vorige blog de vertaling van deze woorden al besproken: realization,  en  Void and Nullity . Dit zijn moeilijk te vertalen woorden in alle talen. Jan maakt van het Engelse ‘utmost Realization’: “uiterst waarachtig”. Hierbij wordt duidelijk dat hij een godsdienstige interpretatie heeft van deze tekst, want er is maar een fenomeen uiterst waarachtig en dat is god in welke godsdienst dan ook. Dit komt nog eens terug bij de vertaling van ‘Void and Nullity’: waarbij hij ‘Nullity’ maar niet vertaalt en ‘Void’ vertaalt met “eeuwigheid”.

Nu wil ik zeker niet beweren dat er geen godsdienstige inslag in dit verhaal zit, maar dat deze bestaat naast een andere interpretatie. En zoals gezegd heeft die andere invalshoek te maken met “wu-xing”, de Vijf  elementen theorie, die je ook kunt aanduiden als de theorie van de humoren (sappen), die in gezonde toestand in evenwicht zijn.


Dit keer vertalen we een woord, waarvan Jan zegt dat hij niet begrijpt wat het betekent, maar het komt ook in andere teksten van Laozi voor met dezelfde betekenis. Dat woord is: ‘wortel’. Naar mijn mening slaat ‘wortel’ op een geliefde bezigheid van de Taoïsten, de wiskunde. Een van de bewerkingen die zij al kenden
was het worteltrekken: , (tiqu-gên). En de wortel van hemel en aarde is in de Humorale Theorie een berekening hoe sferen (bollen) gekaderd in vierkanten ten opzichte van elkaar bewegen. In deze tekst wordt dus aangestipt, wat ik in mijn reconstructie van de Humorale Theorie had beweerd, dat er een wiskunde bestond om de bewegingen van alle elementen ten opzichte van elkaar te berekenen. Wie mijn berekeningen heeft doorgenomen, zal duidelijk zijn dat je bij worteltrekken uitkomt, wil je tot een analyse van een toestandsbeeld komen. Het gaat niet om het verklaren van de oorsprong, de wortel, maar om een berekening door worteltrekken van de beweging van het een naar het ander. De cijfers daarvoor stonden ook al in mijn reconstructie. Bij door-scrollen in de tekst van de Humorale Theorie naar beneden komen we Akira Sadakata tegen die een berekening maakte van de afmetingen in de boeddhistische kosmologie .

Maar nog iets valt op zijn plaats: de aarde, het vijfde element in de Chinese theorie, is geen element, maar de wereldbol in het midden tussen vier windstreken, in het centrum van het heelal. En dit alles hangt samen met meditatie, zoals ik alweer in mijn reconstructie van de Humorale Theorie had beweerd. Zoals gezegd, deze teksten leiden ertoe dat ik mijn reconstructie moet bij stellen. Maar dit is wel het bewijs dat godsdienst, wiskunde en meditatie oorspronkelijk met elkaar samenhingen.


Dat bewijs levert alleen een juiste tweede interpretatie van de tekst. In de inleiding van Jan De Meyer van Wunengzi (Nietskunner/Meester Onbekwaam) wordt geen gewag gemaakt van Wuxing, als een mogelijk theoretische invalshoek op deze Chinese teksten. Jan wil zich daar blijkbaar verre van houden. Het is inderdaad complexe materie, maar dit had naar mijn mening wel genoemd moeten worden. Nu hebben deze teksten het effect dat ze onbegrijpelijk zijn, zoals blijkt uit de volgende vertaling, helemaal aan het begin van Over Sun Deng (pag. 121).


Ik heb geleerd dat eendagsvliegen niet in staat zijn zich een begrip te vormen van de leeftijd van de schildpad en dat zwaluwen en mussen niet in staat zijn de grauwe gans te evenaren.


Hier lijkt onzin te staan! Sinds wanneer leert iemand dat een eendagsvlieg geen begrip van de leeftijd van een schildpad heeft? Je kan zeggen dat bedoeld is, dat we leren dat de natuur onbezield is? En wat betekent: zwaluwen en mussen die de grauwe gans evenaren? In hard vliegen of grootte, misschien? Hoe zit het met het verschil tussen een zwaluw en een mus? En dan nog: waarom staan deze beweringen in één zin? Ik zou hier niet zo over vallen, als ik niet van mening ben dat je klassieke teksten alleen kunt begrijpen in hun historische context. En ik denk dat gezien de Engelse vertaling met veel noten dat, dat is wat Jan De Meyer nastreeft.


“I have been told that the mayfly cannot comprehend the turtle’s age, and that swallows and sparrows cannnot equal the swangoose.”


Opvallend is hoe letterlijk de vertaling in het Nederlands is. Ik veronderstel dat dit komt, omdat het Engels een vrij letterlijke vertaling uit het Chinees is. Als dat het geval, dan denk ik dat van belang is de tekst zó te vertalen dat hij begrijpelijk wordt.


Ze hebben me verteld dat een eendagsvlieg niet de hoge leeftijd van een schildpad kan bereiken, en dat zwaluwen en mussen niet lijken op (gelijkwaardig zijn aan) zwaanganzen.


Nu staat er iets heel anders. En meteen is duidelijk, waarom de beide beweringen in een zin voorkomen: beide beweringen zijn een (bijna wiskundige!) vergelijking. De ene vergelijking is in de tijd, en de andere is in de omvang én plaats, met als resultaat: overal zijn er verschillen door veranderingen in (leef-) tijd en (leef-) plaats. (Ganzen trekken net als zwaluwen, en de huismus niet. Zwaluwen en mussen zijn kleiner dan ganzen.) Een vergelijking met drie onbekenden! Xi Kang geeft hier zijn visie van de boeddhistische kosmologie! Het uitgangspunt van discussie! En er is niet zozeer een verschil in mening hierover, maar wel over de omgang van Xi Kang met mensen die hem dierbaar zouden moeten zijn!
Mijn uitganspunten bij een vertaling verschillen duidelijk van die van Jan. Jan is een stadium verder door steeds het letterlijke erin door te willen laten klinken. Ik ben in het stadium dat ik een tekst wil begrijpen, niet op de manier van een eendagsvlieg, maar die van een mens met behoefte aan contact. Voor beide uitgangspunten valt wat te zeggen: ik ben blij met Jans vertaling in het Engels, omdat ik alleen op die manier de tekst in een historische context kan plaatsen. Dat is helaas met de Nederlandse vertaling, ondanks de vele noten, niet het geval.


Nog een voorbeeld uit de tekst, “Antwoord op de vraag van Yuzhongzi” (pag. 130)

Het gaat hierbij om een gesprek tussen meester Onbekwaam en meester Onwetendheid. En daarin gaat het over de pijn die meester Onwetendheid heeft in zijn hart-geest. Waarschijnlijk dacht Jan: ik vertaal het met alleen “geest”, omdat de Chinezen in die tijd de geest in het hart lokaliseerden, terwijl in de oorspronkelijke tekst toch staat hart-geest. Meester Onwetendheid, goed op de hoogte van de Vijf Elementen theorie, zegt niet te weten waar je de hart-geest kunt vinden, omdat ze in de Theorie gescheiden voorkomen. Hij is dus niet helemaal onwetend, maar past de theorie toe op de manier van iemand die daartoe niet in staat is, onbekwaam is. Daarom bestaat de hart-geest niet, en door dit standpunt geven meester Onbekwaam (direct) én meester Onwetend (impliciet) fundamentele kritiek op mensen die op basis van een theorie tot conclusies komen.  Een pijnpunt!
Door nu alleen “hart-geest” met “geest” te vertalen, zoals Jan doet in de Nederlandse tekst, kom je tot een taoïstische (?) conclusie. Omdat de geest niet van belang is in het taoïsme (hij moet leeg zijn), moet ook de pijn van de “geest” niet van belang zijn. En daarom bestaat ze niet, mag ze niet bestaan. Maar hierdoor zeg je iets abstracts, je slaat blindelings alle kanten op, zonder te weten iets te raken. En ik denk dat meester Onbekwaam wel degelijk iets wil raken, nl. de Onwetendheid! De conclusie over de perfectie van meester Onwetend zou ik met een korreltje zout nemen! En we komen tot twee interpretaties die naast elkaar kunnen bestaan.

Ik vraag me wel af, waarom er zo’n groot verschil zit tussen de Engelse en de Nederlandse vertaling van Jan? Wa’s gebeurt, Jan? Ik weet het niet!