zaterdag 5 juni 2021

 I racconti di Passolini.

In Passolini’s film I Racconti di Canterbury komt in waardige nagedachtenis aan Charlie Chaplin in het begin de volgende scène voor. In de scène wordt nauwelijks gesproken: het is een pantomime. Een schalkse jongen met krullend haar met in de
verte enige gelijkenis met Charlie Chaplin is op zoek naar werk. Op de markt staat een welgedane blozende marktkoopman op zoek naar een knecht. Glunderend neemt de werkloze de baan aan. Hij moet de eieren van de marktkoopman voortdurend oppoetsen, zodat ze mooi schoon van alle kanten glimmen. Net als Charlie Chaplin heeft de knecht een stokje onder zijn linker arm geklemd en met iedere beweging die hij maakt, raakt hij net niet een mand vol eieren die op de rand van een toog achter hem staan. In de goede traditie van de Stomme Film ziet de toeschouwer al van verre aankomen dat die mand ooit eens een tikje van het stokje van de knecht zal krijgen, waarop alle eieren kapot zullen vallen op de vuile grond. En dat gebeurt ook! Maar omdat je als toeschouwer ondertussen het effect kent, is het nauwelijks grappig. Maar wat blijkt: geen van de eieren is gebroken. Verbazing en verwondering alom. De baas komt boos op de knecht toegelopen en de knecht hoor je zeggen (maar spreekt hij ook echt?): “Is niet erg, baas! Kijk!” En hij raapt alle eieren een voor een ongeschonden van de grond op en legt ze terug in de mand. De baas kan zijn ogen niet geloven: hij had zo gehoopt de knecht verantwoordelijk te kunnen stellen voor het ongeluk en hem een flink financieel beentje te lichten, want hij raakt de eieren aan de straatstenen niet kwijt. Maar niets van dit alles! Alle eieren zijn heel. Hij pakt de mand om de eieren eens beter te kunnen bekijken. Geen barstje te zien. Hij houdt de mand schuin naar het licht toe om nog beter te kunnen zien. En een van de eieren valt uit de mand kapot op de grond. De inhoud spettert alle kanten op. Hij doet een stap terug, omdat hij bang is vies te worden en alle eieren vallen kapot op de grond. Gaat die baas nu toch nog de knecht hiervan de schuld geven? De knecht maakt een wanhoopsgebaar: de beide armen gespreid ten  hemel.


Als Passolini op dit niveau de film had afgemaakt, had hij een film gemaakt die bovenaan de lijst van klassieke films zou prijken. In al zijn eenvoud geeft deze scène weer, wat de Canterbury Tales ons probeert duidelijk te maken: de wereld gaat aan ongeloof ten onder! Niet de “feiten” tellen, maar hoe wij de “feiten” zien,
telt. Nu zitten we met een film die hoog scoort op de pornolijst, wat niet helemaal ten onrechte is. Het uiteindelijke product is het resultaat van Passolini’s gevecht met de burgerlijke buitenwereld om vooroordelen tegen homoseksualiteit. Het is een dikke middelvinger naar alles dat zich braaf voordoet en ondertussen de wereld naar de mallemoeren helpt. Het is een aanklacht tegen de generatie die iets te goed voor zichzelf heeft weten te zorgen en alle andere generaties verloren heeft laten gaan. Laten we nog een paar grotere varkensstallen bouwen, nog grotere abattoirs en we kunnen iedereen te eten geven? Grotere scholen, grotere winkels, multi-nationale bedrijven etc. De film is de neerslag van depressieve wanhoop aan deze wereld, waarin alleen het enkele individu telt en de rest niet meetelt. Waarin gepropageerd wordt dat de een de ander moet bedriegen in zijn strijd te overleven. Dat de film daardoor zozeer getekend is, is jammer, want in de Canterbury Tales verhalen zelf is niet alleen sprake van neerslachtigheid om het wel en wee van de wereld, maar ook van hoop en troost. De verhalen van hoop en troost pasten niet in het filmscenario van Passolini en zijn er daarom als eitjes uit gevallen. Stuk.


Natuurlijk staat de ei-scène voor uitbundige seks. Maar in de ei-scène zit ook niet fysieke hoop en troost verpakt. Het wonder waarvan hier sprake is, doet denken aan het geloof van Aljosja uit de GebroedersKaramazow. Deze vorm van geloven in een mystieke boodschap die aanwezig is in de dingen zelf (maar je moet het wel willen zien en wetenschap is hierin desastreus), zorgt ervoor dat de wereld glans krijgt. De Canterbury Tales lijken uiteindelijk de boodschap mee te geven dat de esthetiek deze aarde kan redden en niets anders. Niet voor niets is een verhaal aan de heilige Cecilia gewijd. Alleen wie de schoonheid kent en herkent, maakt de juiste keuzes en neemt op korte en lange termijn de juiste beslissingen. En vaak is dat Niets doen! Aljosja krijgt op het eind van de Gebroeders Karamazov het woord: het is de opvoeding die iemand (Dmitri) tot een moordenaar van zijn vader maakt. Opvoeding moet de weg zijn waarlangs veel momenten van erkenning en liefde staan. Van wie dit niet kent, valt te verwachten, dat hij verwarring, chaos en anarchie propageert en een vadermoordenaar wordt. Wie niet bijbrengt dat schoonheid, kunst en cultuur, ertoe doet, faalt in zijn opvoeding. Zo simpel is het. Maar je kunt ook te hoog willen grijpen zoals Passolini en je gaat aan depressiviteit ten onder.


De ei-scène is geïnspireerd op het maar één keer in de Canterbury Tales voorkomen van het Ei, en dan nog wel in de hertaling van de oorspronkelijke tekst. Misschien berust de scène bij Passolini op een verkeerd begrepen en grappig geïnterpreteerd tekst. Maar volgens mij kun je erin lezen dat het niet zomaar om een ei gaat, het gaat om het Wereld-Ei, die goddelijke sfeer in de Humorale Theorie, vanwaaruit wij de perfecte goddelijke schoonheid bij benadering kunnen ervaren. Dat ei is kwetsbaar en er gewild naar zoeken, levert het tegenovergestelde op van wat het is. Je moet het herkennen door wat het is: het is bijzonder lichtend mooi, zolang het achteloos door een stokje onder de arm wordt aangeraakt. Poetsen heeft geen zin.

Lat every man be war by me for ever!                  Let every man be warned by me for ever;
What maner man that casteth him ther-to,          Whoever tries his hand at such behavings,
If he continue, I holde his thrift y-do.                  If he goes on I say will lose his savings.
So helpe me god, ther-by shal he nat winne,      What’s more, so help me God, his only gains                                                                 
But empte his purs, and make his wittes thinne.  are empty money-bags and addled brains.
And whan he, thurgh his madnes and folye,        And by the time the man’s gone raging mad
Hath lost his owene good thurgh Iupartye,          And risked and lost whatever goods he had,
Thanne he excyteth other folk ther-to,                  He then eggs others on and off they run
To lese hir good as he him-self hath do.                to lose their goods as he himself has done.
For unto shrewes Ioye it is and ese                         A spitful wrech takes pleasure when he sees
To have hir felawes in peyne and disese;              The others suffer from the same disease,
Thus was I ones lerned of a clerk.                           So I was told once by a learned man.

Laat iedereen eens en voor altijd door mij zijn gewaarschuwd;
Wie ooit eens zijn kunde en kennis hieraan (de alchemie) wijdt,
zal als hij ermee door blijft gaan, al z’n geld en goed verliezen.
En erger nog, hij houdt er niet alleen een lege beurs aan over, maar ook een verwaterd brein.
En tegen de tijd dat hij helemaal verblind van razernij is
en have en goed op spel heeft gezet en telkens weer aan het kortste eindje heeft getrokken,
heeft hij eieren uitgebroed waaruit kuikens komen even gek als hij. Ze werken zich uit de naad om alles te verliezen, uiteindelijk.
Een zure scheidsrechter aan de kant ziet het met plezier gebeuren,
dat ook weer anderen aan dezelfde ziekte lijden,
heeft mij ooit eens een wijs man toevertrouwd.


Dit is prachtig, vind ik. Ik heb in geen tijden een betere en compactere beschrijving van ons Maatschappelijk Leven gelezen: geen schrijvers van nu, geen dichters van nu, geen filosofen van nu. De zelfkennis ontbreekt daarvoor misschien?  Dit gedicht is uit de twaafde eeuw, het is meer dan 800 jaar geleden geschreven. En zou je studenten Engels dit willen onthouden? Dit is verplichte literatuur! De Alchemie was op zoek naar de Steen der Wijzen, zoals wij nog steeds hopen de formule te vinden waarmee je goud kunt maken, zelfs tegen beter weten in. Maar nu is het niet meer een elitair clubje alchimisten zoals in de Middeleeuwen, maar een hele dolgedraaide maatschappij, die ernaar op zoek is: de Gouden Stem, de Gouden Koets of het Gouden Ei. Als je maar presteert tegen beter weten in …. krijg je applaus. En de zure scheidsrechter trekt tevreden een mondhoek op als teken van zijn instemming. Wie is die zure scheidsrechter? Is het God of een manager? Een forumlid voor de beoordeling van Top of Flop? Als de baas met centen maar buiten schot blijft! Die hoeft geen goud te maken, hij heeft genoeg goud, al jaren. Dagobert Duck poetst zijn goud in het Verborgene.


In de komende weken zal ik vier prachtige Canterbury Tales verhalen samenvatten. De vijfde keer zal ik weer terugkijken op deze zinloze, maar plezierige onderneming. Ik zal proberen een beter evenwicht dan Passolini te vinden tussen de meer depressieve en de hoopvolle verhalen. Ik weet niet of het mij gegeven is daarin te slagen. Dat laat ik over aan de zure scheidsrechter, in en boven mij. Het ei-verhaal van “Charlie Chaplin” staat overigens niet in de Canterbury Tales. Passolini heeft het zelf samen met anderen verzonnen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten