dinsdag 9 februari 2021

 Canterbury Tales: het verhaal van de baljuw (de chef).



Voor commentaar: klik hier!
 
“At Trumpington, not far from Cambridge town,
A bridge goes over where the brook runs down,
And by that brook there stands a mill as well.
And it’s God’s truth that I am going to tell.”
Voor de vertaling, klik: (1)

Alles speelt zich af op en rond een watermolen. De eigenaar, de molenaar, neemt het niet zo nauw met de eerlijkheid. Hij weet altijd wel een extra hoeveelheid graan aan zijn klanten te ontfutselen. Het is een nogal stevig gebouwde man met een kale kop. Hij is getrouwd met de dochter van de lokale predikant. Een mooie vrouw, die weet dat ze mooi is, een gedegen opleiding heeft genoten, en een vader heeft met enige landerijen. Chaucer zegt het zó:

 “For Holy Church’s goods should be expended
  On Holy Church’s blood, so well descended,
  And holy blood should have what’s proper to it
  Though Holy Church should be devoured to do it.”
Voor de vertaling, klik: (2)

Een molenaar die zijn eigen belang kent, is in Chaucer’s dagen geen onbemiddeld man. Vandaar dat hij met de dochter van een ander rijk man trouwt.


Een klooster in de buurt brengt altijd zijn graan bij deze molenaar. Maar op een dag is de monnik die het graan naar de molenaar brengt, zo ziek dat hij dit niet kan doen. In de plaats van hem gaan twee seminaristen (clerks) het graan bij de molenaar bezorgen. Ze beloven de abt dat ze het graan en het meel niet zullen laten stelen. Daarom gaat de ene, John, boven bij de schacht gaan staan waarin het graan wordt gedaan, en de andere, Alan, gaat beneden staan bij de koker waaruit het meel komt. Zo kan het hun niet ontgaan, wanneer de molenaar probeert graan of meel te gappen.

Ze hebben buiten de waard gerekend! Want het paard waarmee het graan is gebracht, staat op het erf van de molen vastgebonden, buiten het zicht van de jongens. De molenaar ziet zijn kans schoon: hij maakt het paard los, waarop het paard meteen de benen neemt naar het veld, waar nog andere wilde paarden grazen. Als het graan gemalen is en de jongens met het meel naar huis willen gaan, ontdekken ze dat hun paard ervandoor is. Met veel moeite weten ze het paard weer te pakken te krijgen. Maar het is ondertussen laat geworden en donker. Ze vragen de molenaar of ze bij hem kunnen blijven slapen. Dat kan, maar ze slapen met z’n allen in één ruimte, want over meer kamers beschikt hij niet. De jongens laten tegen betaling bier en eten komen, want ze hebben honger. Alles wordt keurig gedeeld met de hebberige molenaar, zijn vrouw, en de jonge dochter. De baby kan nog niet delen in het feestmaal dat volgt, maar laat af en toe wel horen dat het gevoed wenst te worden, want het is een mollig welvarend ventje, dat altijd vlakbij de moeder is.
 “They supped and talked and had fine carousse
  And drank a lot of ale, the very best.
  Midnight or thereabout they went to rest.
        Properly pasted was this miller’s head,
Pale-drunk he was, he’d passed the stage of red;
Hiccupping through his nose he talked and trolled
as if he’d asthma or a heavy cold.
To bed he goes, his wife and he together;
She was as jolly as a jay in feather,
having well wet her whisle from the ladle.
And by her bed she planted down the cradle
To rock the baby or to give it sup.”
Voor de vertaling, klik: (3)

Ze gaan slapen, maar door het gesnurk van het echtpaar kunnen de jongens, John en Alan, niet  slapen:
 “He snorted like a cart-horse in his sleep
And vented other noises, loud and deep
His wife joined in the chorus hot and strong:
Two furlongs off you might have heard their song.
The wench was snoring too, for company…….
But never ye mind, all shall be for the best;
I tell ye John, as sure as I’m a man
I’m going to have that wench there, if I can!
The law grants easement when things gan amiss,
For, John, there is a law that gans like this:
If in any point a person be aggrieved,
Then in another he shall be relieved.”
Voor de vertaling, klik: (4)


En zo komt het dat, zelfs niet tegen de zin van het meisje, Alan bij haar in bed terecht komt. Maar hoe nu met John?
 “For God helps those that help theirsels, they say.
He rises, steals towards the cradle, lifts it,
And stepping softly back again, he shifts it
And lays it by his bed upon the floor.
The miller’s wife soon after ceased to snore,
Began to wake, rose up, and left the room,
And coming back she groped about in gloom,
Missing the cradle John had snatched away.
Lord, Lord, she said, I nearly went astray
And got into the student’s bed…How dreadful!
There would hacve been foul doings. What a bed-ful!
At last she gropes so where the cradle stands,
And so by fumbling upwards with her hands
She found the bed and thinking nough but good,
Since she was certain where the cradle stood,
Yet knew not where she was, for it was dark,
She well and fairly crept in with th clerk,
Then lay quite stil land tried to go to sleep.
John waited for a while, then gave a leap
And thrust himself upon the worthy wife.
It was the merriest fit fit in all her life,
For John went deep and thrust away like mad.
It was a jolly life for either lad
Till the third morning cock began to sing.”
Voor de vertaling, klik: (5)



Tegen de ochtend wil Alan naar het bed gaan waar hij samen met John naar bed was gegaan. Maar stoot daarbij op de wieg. Hij denkt dat hij zich heeft vergist en gaat naar het bed waarin de molenaar slaapt. Omdat hij denkt dat het John is, pakt hij hem beet in de nek en schudt hem eens stevig heen en weer om hem te wekken. Hij wil zo graag zijn nachtelijke avonturen aan zijn vriend John vertellen. De molenaar wordt wakker en treft Alan bij zich in bed aan. Kwaad beginnen ze te vechten en, als de molenaar neervalt, omdat hij ergens over is gestruikeld, valt hij neer op zijn vrouw in de armen van John. De vrouw “ontdekt” wat haar is overkomen, en wil de vechtenden scheiden. Omdat zij beter dan de anderen de weg weet in het duister van de kamer, weet ze een stok in een hoek te pakken te krijgen. En nu is het zaak om de juiste man neer te halen:
 “And by a little shaft of shimmering light
That shone in through a hole – the moon was bright--
Although th room was almost black as pitch
She saw them fight, not knowing which was which;
But there was something white that caught her eye
On seeing which she peered and gave a cry,
Thinking it was the night-cap of the clerk.
   Raising her stick, she crept up in the dark
And hoping to hit Alan, it was her fate
To smite the miller on his shining pate,
And down he went, shouting, Oh God, I’m dying!”
Voor de vertaling, klik: (6)

En de chef besluit zijn verhaal aldus:

 “Do evil and be done by as you did;
Tricksters will get a tricking, so say I;
And God that sits in majesty on high
Bring all this company, great and small, to Glory!
That I’ve paid out the Miller with my story”
Voor de vertaling, klik: (7)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten